Thuisonderwijzer Galina Erkamp: ‘We leren heel veel van het leven’

Jip Schrijvers – 6 januari 2021

Thijmen (10), Isis (12) en Tristan (7) aan het tekenen

Bewust je kinderen niet naar school sturen om ze zelf thuis les te geven. In Nederland zijn ongeveer 800 kinderen die op deze manier onderwijs krijgen. Ook Galina Erkamp, vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs (NVvTO) onderwijst haar kinderen zelf. Hoe ziet hun leven eruit? En hoe is deze keuze ontstaan?

Interview – Galina Erkamp

Denkwijze

“Vroeger vond ik dat kinderen gewoon naar school moesten gaan, ik heb zelf de PABO gedaan dus onderwijs op school was niks anders dan normaal voor mij. Mijn denkwijze veranderde toen ik samen met mijn man Peter, die in Amerika geboren is, een bezoek bracht aan een Amerikaans stel dat hun kind thuishield van school om hem te ‘homeschoolen’. Ik was er enorm van onder de indruk hoe sociaal en leuk hij was. Vervolgens ben ik me in thuisonderwijs gaan verdiepen en toen mijn oudste dochter vijf werd, hebben we de gemeente ‘in kennis gesteld’ van ons besluit en zij hebben daarmee ingestemd. Onze christelijke geloofsovertuiging is de officiële reden voor ons verzoek.

Wij zijn daarmee een van de 450 gezinnen in Nederland die thuis onderwijs volgen. Dat hadden er duizenden meer kunnen zijn, als de leerplichtwet anders was geweest. Wanneer een kind al naar school is geweest mag het namelijk niet meer wisselen naar thuisonderwijs. Namens de NVvTO zetten wij ons in voor een verandering van deze wet.”

 Connecties

“Wanneer je kinderen naar school gaan krijgen ze ‘gratis’ twintig kinderen waar ze elke dag mee omgaan. Met thuisonderwijs heb je dat natuurlijk niet, dus toen ik begon met thuisonderwijs geven ben ik zelf die contacten gaan opzoeken en faciliteren. Mijn oudste dochter wijst bijvoorbeeld tijdens haar balletles een meisje aan dat zij leuk vindt en dan neem ik contact op met haar moeder. Maar ook via Facebookgroepen ben ik in contact gekomen met mede-thuisonderwijzers om zo de sociale kringen van de kinderen uit te breiden.

“Mijn kinderen hebben juist veel vrienden, maar die zijn niet aan komen waaien, daar heb ik wel wat voor gedaan”

Het vooroordeel dat kinderen die thuisonderwijs volgen minder vriendjes hebben dan kinderen in het reguliere onderwijs is niet waar. Op basisscholen zijn een hoop kinderen die in een groep van twintig kinderen één of zelfs nul vrienden hebben. Blootstaan aan een grote hoeveelheid kinderen wil niet zeggen dat je ook vrienden hebt. Ons voordeel is dat we heel nauwkeurig kunnen kijken wie onze kinderen leuk vinden en zo vrienden voor hen kunnen vinden.”

Toekomst

“Het voordeel van thuisonderwijs is dat je je kunt focussen op een vervolgopleiding die past bij de interesses van het kind. Wij volgen de kinderen in hun voorkeuren en talenten om ze zo voor te bereiden op de maatschappij. Mijn dochter speelt piano en als ze zich daarin wil ontwikkelen, kunnen we later kijken naar een kunstacademie of een conservatorium. Dat zou met een goed portfolio moeten lukken. Het is ook mogelijk om via een staatsexamen aan een diploma te komen, dat gebeurt in het thuisonderwijs vaak. Meestal wordt het examen verspreid over meerdere jaren.

Bij het kiezen van een vervolgopleiding gaan we hetzelfde te werk als kinderen die naar school gaan. We gaan naar beroepsbeurzen en kijken welke richting het beste bij ze past. Gelukkig zijn mijn kinderen nog jong dus ik maak me nu nog niet zo druk om het vervolgonderwijs.”

 Onzekerheid

“Vroeger was ik bang dat mensen op school mij niet aardig zouden vinden of dat ze me uit zouden lachen om welke kleding ik droeg. Daar hebben mijn kinderen helemaal geen last van, ze zijn veel minder bang voor het oordeel van hun medemens omdat ze thuis niet te maken hebben met groepsdruk. Hierdoor durven ze veel meer zichzelf te zijn.”

 Juffrouw of moeder

“Ik vind mezelf meer moeder dan juffrouw. We leren heel veel van het leven en ik heb ook telkens leerdoelen waar ik naartoe werk. Ik heb daar geen haast mee, die doelen mogen ook een dag of een paar dagen later gehaald worden, het gaat er uiteindelijk om dat de kinderen er wat van leren. Ik ben dus minder streng dan de gemiddelde leerkracht. Ik denk dat er heel veel kinderen rondlopen met een extreme faalangst door de prestatiedruk op scholen. Je kunt kinderen veel meer leren als je ze op een behulpzame manier lesgeeft.”