“Sporten is de rode draad in mijn leven”

Interview met Mik Borsten

Emma van Kampen 06-01-21


Hardloopwedstrijden van meer dan 200 kilometer, fietstochten van 20 uur. De Marathon Amersfoort en nog tal van andere sportevenementen organiseren, en ook nog eens een baan gevuld met sporten. Voor de meeste mensen klinkt dit als gekkenwerk, maar niet voor Mik Borsten. De 58 jarige Amersfoorter is constant bezig met sport en doet ook niets liever. Een vrolijke en drukke man, die duidelijk graag over zijn hobby praat.

Wanneer ben je begonnen met het fanatieke sporten?
“In 1978 was ik 16, en ik zat op boksen. Om mijn conditie wat op te krikken, ging ik hardlopen. Toen ben ik in 1980 echt fanatiek gaan hardlopen, en in 1982 liep ik al mijn eerste marathon. Dus toen was ik 20, en ik liep hem ook nog best wel snel. In 1986 heb ik een 100 kilometer loop gedaan, en een hele triatlon. Ik ben al heel lang bezig!”

Welke sporten beoefen je?

“Mijn basissporten zijn fietsen en hardlopen, en ik doe ook aan zwemmen en triatlon. Eigenlijk was hardlopen altijd mijn nummer 1 sport, maar door mijn leeftijd en doordat ik heel veel getraind heb wordt het lopen helaas wat minder. Het liefste doe ik nog steeds wedstrijden van 100km of meer, maar ja, dat kan niet meer zo makkelijk nu. Hardlopen is gewoon heel belastend voor je lichaam. Nu heb ik mijn focus dus wat meer naar fietsen verlegd. Veel mountainbiken.
Ik vind schaatsen ook leuk. Maar wel alleen maar op natuurijs, telkens hetzelfde rondje doen op zo’n schaatsbaan vind ik niks aan. Ik heb twee keer de Elfstedentocht geschaatst, gewoon voor de lol, het was ook ‘zwart.’ Ik had daarvoor eigenlijk nog nooit geschaatst en ik dacht: ik probeer het gewoon.”

Wat was de zwaarste wedstrijd die je ooit hebt gedaan?
“Ik heb wel eens meegedaan aan de Spartathlon, in Griekenland. Dat is een loop van 250 kilometer aan één stuk, en je loopt in de hitte, en in de bergen. Dat is de zwaarste loop die ik ooit heb gedaan, en ik ben daar ook halverwege uitgevallen. Wat het ook moeilijk maakt, zijn de limieten. Je moet redelijk vlot beginnen, om niet buiten de tijd te eindigen. Dat maakt het pittig. De tijdslimiet is 36 uur, de snelste ooit liep hem in twintig uur.
Je begint met die loop bij de Akropolis in Athene, en je loopt naar Sparta. Dat is dezelfde route die Phidippides heeft gelopen in 490 voor christus.
Ik heb in het verleden hele lange hardloopwedstrijden gedaan, en triathlons maar dan in de dubbele afstand. Gewoon wedstrijden van 24 uur achter elkaar!
Velen vinden mij daardoor in de categorie ‘gestoord’ passen.”

Is dat niet gevaarlijk voor je lichaam?

“Nou, als je goed getraind bent, kan het wel. En het is relatief lage inspanning, als je zo lang bezig bent. 24 uur zonder slaap is prima te doen, maar veel langer dan dat, ja, dan kickt de vermoeidheid wel in. Maar die vermoeidheid die je oploopt tijdens de wedstrijd beschermt je wel tegen belasting. En de mensen die beginnen aan zo’n ultraloop zijn wel ervaren, dus daar gebeuren nauwelijks ongelukken. De meeste ongelukken zie je gebeuren bij kortere hardloopwedstrijden, omdat daar vaker mensen aan mee doen die minder ervaring hebben. Maar hardlopen is een van de meest intensieve sporten. En zeker als het dan warm is, dan gebeuren er gewoon vaker ongelukken.”

Zijn je hobby’s niet té extreem?
“Ik loop natuurlijk al 40 jaar, dus ik heb veel ervaring en het is telkens ‘een stapje erbij’. Ik ben zelf niet erg geïnteresseerd in pure snelheid of een snelle tijd halen. Ik vind het vooral leuk om te kijken wat er fysiek mogelijk is, of ik daarin een uitdaging kan vinden. Ik heb ook wel eens een triatlon georganiseerd, waarin we eerst gingen kanoën in Amersfoort, dan op de fiets naar den Helder, dan helemaal op het strand naar den Haag terug, en van den Haag teruglopen naar Amersfoort. Daar waren we ook al gauw 28 uur mee bezig. Ik vind dat leuk, om gewoon echt een afstand af te leggen.”

Dus eigenlijk gewoon een beetje kijken wat je lichaam aan kan, hoe ver je kan gaan?
“Ja, maar het zit hem ook niet alleen in de wedstrijd / loop zelf maar ook in de training. Je werkt naar iets toe. Het is niet alleen de lol van de afstand afleggen, maar ook van het trainen daarvoor.”

Hoe vaak train je per week en wat doe je dan allemaal?
“Ik train nu ongeveer twee uur per dag. Sport is ook mijn werk, dus ik ben daar veel mee bezig. Ik werk bij de WMO, en dat is dagbesteding voor mensen die bijvoorbeeld geen werk hebben, of een beperking, of door welke reden dan ook thuis zitten. Ik heb daar een hardloopgroepje, een wandelgroepje, een fietsgroep et cetera. Dus het trainen, dat is ook gedeeltelijk mijn werk.
In het weekend train ik langer, dan maak ik vaak wel tochten tussen de 5 en 20 uur, het verschilt per keer.”

Hoe komt het dat je na al die jaren nog steeds zo veel plezier uit het sporten kan halen?
“Ik ben een heel energiek persoon, en ik vind het lekker om die energie ergens in kwijt te kunnen. Ik vind het sowieso fijn om fit te zijn, en ik vind het ook heel leuk om mijn passie voor sport op andere mensen over te brengen. En zeker bij mensen waar ik mee werk, mensen die uit een moeilijke periode van hun leven komen, of er middenin zitten. Ik vind het mooi om die mensen te kunnen laten zien hoeveel plezier je uit sport kan halen en hoe prettig je je erdoor kan voelen.
De rode draad in mijn leven is beweging gebruiken om gezond te zijn, maar ook om een doel in het leven te hebben.”