Zorgrobots oplossing voor eenzaamheid?

Eenzaamheid onder ouderen is een veel voorkomend probleem, zeker tijdens de coronatijd. Er zijn steeds meer alternatieven om eenzaamheid  te verminderen, een daarvan zijn de zorgrobots. Eric Schoenmakers, expert op het gebied van eenzaamheid, en Teatske van der Zijpp, programmaleider technologie in Zorg en Welzijn op Fontys Hogescholen, vertellen over eenzaamheid en welke rol zorgrobots hierin spelen.

Door Janiek Sprangers, 11-12-2020

Bron: Teatske van der Zijpp

“Eenzaamheid ontstaat door een gat tussen de relatie die je hebt en de relatie die je wilt. Dit is bij iedereen anders”, stelt Eric. Er zijn veel oorzaken voor dit gat. Het contact kan bij aanvang goed zijn, maar er gaat later iets mis. Of een contact valt weg door bijvoorbeeld overlijden, ruzie of een verhuizing. Het probleem kan ook binnen jezelf liggen, je vindt jezelf niet leuk of je hebt niet genoeg sociale vaardigheden. Dit kan ervoor zorgen dat mensen het lastig vinden om contact met jou te krijgen. Eenzaamheid kan dus ook situationeel of tijdelijk zijn.

Er zijn veel soorten eenzaamheid, maar de twee voornaamste zijn: emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Emotionele eenzaamheid is het gemis van mensen waarmee je diepgaand contact hebt. Sociale eenzaamheid is het gemis van een groep.

De rol van familie bij eenzaamheid is volgens Eric afhankelijk van de persoon, ieder persoon hecht een andere waarde aan familie. De rol van familie is belangrijk bij emotionele eenzaamheid. Dit diepgaand contact ligt voor ouderen vaak bij de familie, zeker als de vriendenkring steeds kleiner wordt.

Zorgrobots worden tegenwoordig op meerdere manieren ingezet vertelt Teatske. Er is nu bijvoorbeeld een

bron: Eric Schoenmakers

zeehondje Paro op de markt waar ouderen op kunnen passen en mee kunnen knuffelen. Ook robots zoals de bloempot Tessa zijn populair. Deze robot herinnert ouderen aan dingen als het nemen van medicijnen of eten, dit zorgt voor meer regelmaat. De inzet van robots neemt toe, maar of het werkt is nog niet duidelijk, de onderzoeken zijn nog erg pril. “Hoe de robot wordt ingezet hangt af van de persoon en situatie.” aldus Teatske.

 

Kunnen we nu al resultaat zien van de nu nog minimale inzet van zorgrobots?

Eric: De onderzoeken naar zorgrobots zijn nog minimaal. De doelgroepen waar zorgrobots vooral ingezet worden zijn ook erg specifiek, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. We zien uit onderzoeken wel voorzichtig naar voren komen dat mensen door de inzet van zorgrobots zich soms minder eenzaam voelen.

Teatske: Vanuit de technologie kijken we niet alleen naar of de persoon zelf er blij van wordt, maar ook de relatie tot anderen. Neem bijvoorbeeld een kleinkind dat langs gaat bij zijn of haar oma. Als ze het lastig vinden om contact te leggen met oma, omdat ze bijvoorbeeld dementie heeft, kan een robot zorgen dat er iets is om over te praten. Die interactie tussen het kleinkind en de oma wordt dan door technologie makkelijker bemiddeld.

Zijn robots in staat om ook bij de heftige gevallen, zoals mensen die al langer dement zijn, hulp te bieden?

Eric: Eenzaamheid is niet alleen dat contact, maar dus ook de rol die je mag spelen. De aanwezigheid van een permanente zorgrobot zou sommige mensen kunnen helpen bij het verminderen van hun eenzaamheid. Dat is echter maar voor een kleine groep van toepassing, dit helpt niet bij iedereen. Bij mensen met vergevorderde dementie kan dit wel het gevoel geven dat ze ertoe doen en dat ze niet alleen zijn. Het zal ze echter niet volledig helpen.

 

Zijn robots in staat om de interesse van de ouderen te behouden, of zijn ze op een gegeven moment klaar met knuffelen?

Eric: Meestal wordt bij een onderzoek alleen het korte termijneffect gemeten, maar we kunnen robots wel vergelijken met een  imaginair vriendje. Voor zover de fantasie het toelaat kunnen eenzame mensen het vriendje laten leven. Ze krijgen dan het idee dat de robot alleen voor hen is. Ook al doet de zeehond niks nieuws, in je fantasie misschien wel.

 

Kan het ook tegenvallen, dat het zeehondje juist niet doet wat je wilt en dat het dan averechts gaat werken?

Eric: Nee, het is geen wondermiddel. Het is voor de professional de afweging wat het beste helpt in de situatie. Soms helpt het permanent geven van een zeehondje het beste, maar soms alleen situationeel.

Teatske: Het verschilt ook hoe je de robot aanbiedt. Je kunt de robot geven en zeggen dat ze er mee kunnen knuffelen en dan zelf weglopen, of je kunt hem gebruiken als communicatiemiddel. Dit verschilt per situatie en daarbij moet je als zorgpersoneel per persoon en per keer inschatten wat het beste werkt.

 

En wat zijn jullie grootste argumenten tegen zorgrobots?

Teatske: Een belangrijk tegenargument is dat ouderen misschien niet meer in staat zijn om de regie in eigen handen te houden. Wie bepaalt dat jij die robot krijgt en hoe deze wordt ingezet, je familie, een zorgverlener of jijzelf? Daarbij is privacy ook een belangrijk aspect, we zullen er rekening mee moeten houden wat de robots precies aan data verzamelen en opslaan en wie toegang tot die data krijgt. Robots kunnen immers steeds meer, ze kunnen in plaats van alleen informatie geven ook informatie verzamelen

 

Als je naar de toekomst kijk, hoe verwachten jullie dat de zorgrobots ingezet gaan worden? En dan vooral kijkend naar het verminderen of verhelpen van eenzaamheid bij ouderen.

Eric: Ik heb er niet echt hoge verwachtingen van. Ik verwacht wel dat er technologie komt die ons meer gaat helpen met het zelfmonitoren van eenzaamheid. Ook zal het gros van de niet dementerende en nog thuiswonende ouderen geholpen kunnen worden door de technologie. Sociale media helpt ons bijvoorbeeld nu al met het contact leggen tussen mensen. Toch verwacht ik dat het nog steeds aan zal komen op het echte contact.

Teatske: Ik zie wel mogelijkheden in het bemiddelen of het rust brengen bij de ouderen, maar ik verwacht niet dat de wereld er mooier of juist killer van wordt. Ik verwacht dat de robots ingezet gaan worden om afstand te overbruggen. Een robot kan als fysieke vorm ervoor zorgen dat ouderen het idee hebben dat iemand aan ze denkt. Hierdoor voelen ze zich misschien minder eenzaam.