‘Als homo moet je schijt hebben aan de wereld van het voetballen’

Voetbal, onder ons allemaal een bekend spel. Alles hoort erbij: de bal, het veld, de spelers en de sfeer. Wat echter nog een taboe blijft, is homoseksualiteit. Wat als je nu in deze voetbalwereld zit en je erachter komt dat je homoseksueel bent. Alex Bos, scheidsrechter in de Keuken Kampioen Divisie en VAR (Video Assistant Referee), kwam daarachter. Ondsdanks het taboe doet hij zijn verhaal.

Thijs den Ouden– LONE, 21-12-2020

Bron: Alex Bos

“Rond mijn puberteit kwam ik er langzaam achter dat ik jongens interessanter vond. Ik ging daarna de fase in waarin ik het moest accepteren, wat gelukkig vrij vlot ging. Eerst vertelde ik het aan een klein clubje om mij heen, bij de rest duurde het wat langer. Ik legde mezelf een hoge drempel op. Dit kwam doordat ik ging nadenken over wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Dat mijn wereld zou gaan instorten; Dat ik er echt alleen voor stond al helemaal bij mijn voetbalclub uit Elburg, waar ik vandaan kom. Elburg is een protestants stadje waar niet veel mensen homoseksueel zijn, niet openlijk tenminste. Dan ga je voor jezelf invullen: Oh, straks gaan ze me bij de voetbal allemaal haten en willen ze me niet meer. Als je de drang niet hebt om het te vertellen ga je het uitstellen of zelfs helemaal wegstoppen. Dat is denk ik wel typerend voor het voetbal. Rond mijn 21e moest ik over die drempel heen stappen. Dat kwam door mijn toenmalige vriend. Hij gaf mij de keuze of het vertellen of het was over. Ik heb het toen verteld en de reacties waren overal vandaan – zelfs vanuit de voetbalclub – heel positief. 

Ik ben nooit bang geweest om openlijk een relatie te nemen. In het begin was het wel een belemmering. Ik wilde carrière maken in het fluiten, dus hield ik daar rekening mee. Iedere keer dacht ik: ik wacht nog eventjes, want wellicht heeft het invloed op mijn fluiten.

Nu denk ik dat het nooit meer een rol gaat spelen. Er zijn meerdere homoseksuele scheidsrechters in het betaald voetbal. Daar ben ik dus niet alleen in. Je moet alleen wel die stap zetten. Als homo moet je schijt hebben aan de wereld van het voetballen. Betaald of amateur maakt niet uit. In het begin heb je daar moeite mee en dat is logisch. Je hebt de gedachte dat niemand op de voetbalclub meer met je wil omgaan als je het vertelt. Terwijl dat achteraf eigenlijk nergens op slaat, maar die gedachtes zijn er toch. 

De gedachte om het groot naar buiten te brengen speelt niet. Ik snap niet waarom ik dat zou doen. Als ik een relatie krijg zet ik dat prima op m’n social media. Ik zal dan geen rekening houden met voetbalsupporters die mij volgen. Ondanks dat blijft het een taboe. Ik weet niet of ik me daardoor echt eenzaam voel. Eenzaam in de zin van anders misschien. Wel denk ik dat je dit taboe kan doorbreken. Als er een openlijk rolmodel is zoals bijvoorbeeld Ronaldo dan zou het vanaf dan geaccepteerd worden. Ik denk dat er dan heel veel mensen uit de kast komen, op amateur en professioneel niveau. 

De KNVB en de FIFA doen hier al veel aan, maar blijkbaar nog niet genoeg. Je kan bij ze terecht voor een gesprek, dus daarin hoef je je niet alleen te voelen. Toch weet ik zelf ook dat als je die stap durft te zetten je meestal al over die eenzaamheid heen bent. Ik weet niet wat ze nog anders zouden kunnen doen. Er is gewoon iemand nodig die de stap durft te zetten. Ik denk zelf echter dat ik niet zo’n rolmodel zou kunnen zijn. Ze zijn niet bezig met wie er fluit, maar met hun eigen club. Ze onthouden mijn naam alleen als ik in hun ogen een foute beslissing heb gemaakt. Ik zou echter wel een rolmodel willen zijn. Wellicht dat het voor mij ook een manier is om hogerop te komen bij de KNVB. Ze zijn veel bezig met diversiteit et cetera, dus is het om die reden makkelijk om omhoog te komen. Maar op dit moment geloof ik wel dat ik het door hard werken gewoon kan halen. Ik vind dat je gewoon beoordeeld moet worden op je kwaliteiten en niet op je afkomst, geslacht of geaardheid. Als de KNVB mij zou benaderen ga ik daar echter wel in mee. Ondanks dat ik dan van mijn denkbeeld afstap. Die laatste stappen zijn zo lastig. Je hebt daarin gewoon geluk nodig. Geluk van de juiste mensen die jou pushen. Dan stap ik misschien wel buiten mijn eigen principes, maar daardoor kan ik de top wel bereiken. 

 Tijdens het fluiten vind ik het niet vaak lastig als ze kut homo schreeuwen ofzo. Ik heb het  idee dat ze het niet tegen mij persoonlijk hebben, maar tegen het uniform en misschien mijn geaardheid. Dus niet de persoon Alex Bos.  Wellicht dat ik daar zo makkelijk mee om ga door wie ik als persoon ben, maar ook zeker de ervaring. In het begin had ik het er namelijk veel moeilijker mee. Als ik dan al van tevoren uitgescholden werd, kon ik daar wel over nadenken. Ligt dit aan mij? Wat doe ik verkeerd? Als snel kwam ik erachter dat dat niet aan mij lag. De periodes dat je daarover ging nadenken kon ik me wel eenzaam voelen, denk ik. Misschien niet eenzaam, maar wel heel alleen.”