Mentale aspect binnen topsport onderschat? ‘Absoluut’

Een balende Jorrit Hendrix © Soccrates Images

 

Sport beïnvloedt je welzijn, en je welzijn beïnvloedt je sportgedrag. Een constatering die vrij logisch klinkt. Maar hoe diepgeworteld zit de psychologie in de sportwereld nou werkelijk? ,,Het is allemaal een kwestie van de knop omzetten op de juiste manier.’’

Zo spreekt voetbaldier Tom de Rooij, hij heeft een huisartsenpraktijk en is daarnaast een van de medische steunpilaren binnen de jeugd van PSV. Voorheen stond hij als consulent klaar voor de rood-witten, maar nu begeleidt hij de onder-18 en Jong PSV en staan alle contractspelers met hun gezinnen ingeschreven bij zijn praktijk.

Met dezelfde inzet zat hij klaar voor een gesprek op Teams om te praten over de verhouding tussen het lekker in je vel zitten en goed kunnen sporten, voordat hij naar Maastricht rijdt om Jong PSV bij te staan.

Om direct met de deur in huis te vallen, hoe fungeert deze verhouding zich volgens u?

T: ,,Je mentale gesteldheid kan in veel situaties bepalend zijn. Stel je voor, je hebt al twee doelpunten gescoord, dan is de kans dat je er nog een bij op kan tellen aanzienlijk groter dan wanneer je kans na kans om zeep helpt. Want wat gebeurt er op zo’n moment met een speler?’’

Dan gaat hij nadenken.

T: ,,Klopt! En dan ben je opeens met hele andere dingen bezig. Terwijl er eigenlijk niks veranderd aan je techniek of balvaardigheid. Al één voorbeeld waaruit blijkt hoeveel effect er dan zichtbaar is.’’

 

Dat kan natuurlijk ook andere oorzaken hebben lijkt mij, los van of je scoort in een wedstrijd of niet. Denk aan een privé-of werksituatie buiten het veld.

T: ,, Ja, dat klopt zeker. Neem bijvoorbeeld het seizoen dat PSV honderd jaar bestond; PSV was dat jaar favoriet voor de titel, maar alles ging mis. Opmerkelijk aan dat jaar is het feit dat toen maar liefst zes basisspelers vader werden. Dat is natuurlijk een fraaie mijlpaal, maar je merkte ook dat de rust van deze spelers beïnvloedt werd en je zag verschil in focus en fitheid.’’

 

Om daar op door te gaan: Onlangs zijn voetballers Ricardo Kishna en Gregory van der Wiel erg open geweest over de depressies waar zij mee hebben gekampt. Bent u dit ook weleens tegengekomen binnen de jeugd van PSV?

T: ,,Ja zeker, zonder even namen te noemen. Het lastige is, en dat geldt voor alle clubs, er kunnen uiteindelijk maar 11 spelers opgesteld worden. Er zijn dan spelers die daar goed mee om kunnen gaan en van de situatie gebruik maken om het stukje omgaan met tegenslagen te verbeteren, maar ook spelers die dat toch moeilijk vinden en dan ook kampen met mentale problemen.”

 

Welke mentale problemen ziet u dan bij spelers?

T: ,,In de jeugd kom ik met name frustratie tegen. Dat heeft ook met de omgeving te maken; geluiden van buiten als ‘hoe kan hij je nou passeren?’ of ‘waarom sta je er weer niet in?’ zijn demotiverend. In mijn ogen ook nog dubbel omdat je op jonge leeftijd ook veel met je omgeving bezig bent. Daarbij komt ook onzekerheid en slapeloosheid kijken. Belangrijk is vooral hoe sterk je bent, hoe je met zo’n situatie om gaat en weet wat er van je verwacht wordt.

Slagen in de voetbalwereld is veel meer dan goed tegen een bal aan kunnen trappen. Omgaan met prestatiedruk en het met beide benen op de grond blijven zijn misschien wel belangrijker. Als bepaalde aspecten ontbreken of niet kloppen kun je wel zo getalenteerd zijn, toch kan het dat je niet slaagt. Denk aan de uitspraak ‘Het gaat er niet om hoe hard je valt, maar hoe goed je opstaat.’ Het is een kwestie van de knop op de juiste wijze omzetten in je hoofd. Die ontwikkeling wordt nog vaak onderschat.’’

 

 

Luuk de Jong lijkt me een belichaming van die uitspraak, als je kijkt naar zijn comeback als eerste spits in het jaar 2019. Die moet mentaal ook wel heel sterk zijn.

T: ,,Zeg dat wel. Luuk heeft geweldig doorzettingsvermogen getoond. Hij werd verguisd, 1300 minuten zonder doelpunt en vooral twijfels en kritiek naar zijn hoofd. En nog geen jaar later schiet hij PSV naar het kampioenschap! Ik heb daar veel bewondering voor, dan moet je mentaal wel ijzersterk zijn. ’’

Luuk de Jong  © Erwin Spek

Denk je dat spelers zich veel aantrekken van deze criticasters?

T: ,,De ene kan daar wat beter mee omgaan dan de ander. Ik denk dat als je het aan ze  vraagt, dan doen spelers zich vaak ‘stoerder’ voor omdat ze zich niet willen laten kennen. Maar goed, dat kan ook gelden voor jouw klasgenoten of mijn collega’s. ’’

Is het dan een soort van taboe voor spelers om zich volledig open te stellen?

T: ,,Er is ook een drempel voor kwetsbaar opstellen. Ik zie vaak dat spelers één op één anders doen dan in een groep. Maar het is niet positief als je door de ‘stoere’ houding niet kunt praten over twijfels. ’’

Dus hoe beter een speler zichzelf kan zijn en uitten, des te beter hij in theorie stappen maakt?

T: ,,Ja, misschien wel ja. Maar dat geldt net zo goed voor ons. Twijfels in je hoofd zorgen ervoor – zoals eerder al aangegeven – dat je de kansen mist. ’’

 

Op welke manier ondersteun jij spelers die er, om welke reden dan ook, goed doorheen zitten?

T: ,,Ik ben geen psycholoog, maar ik ben er wel voor de spelers om met ze te praten. Ik probeer ze dan met name mee te geven met beide benen op de grond te blijven en even een stapje achteruit moeten doen om de situatie nog eens goed te overzien, voordat ze het overzicht verliezen.”

 

Duidelijk. Is er nog iets waarvan je zegt ‘Dit wil ik nog kwijt?’

T: ,,Dat ik in mijn geval ook merk dat welzijn en sport, of ik mijn geval werk, elkaar beïnvloedt. Ik ben zelf een enorme PSV-fan, en door dit soort nevenactiviteiten – betrokken zijn, meegaan met wedstrijden etc. – presteer ik ook beter als huisarts. Ik haal er veel energie uit wat ik ook terug zie. ’’

En als we dit omdraaien? Stel je werkzaamheden worden minder of PSV is ontevreden?
T: ,,Natuurlijk is dat dan vervelend. Maar ook voor mij geldt dan: Beide benen op de grond en de knop op de juiste manier omzetten.’’

 

Lennard Vader 21-11-20