Van onder NAP naar onder water: de groeiende angst over zeespiegelstijging

 

In oktober 2018 verscheen een nieuw rapport van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) over de wereldwijde temperatuurstijging. De conclusie luidde dat het beperken van de temperatuurstijging tot 1,5 graden grote voordelen heeft, maar dat het nog veel collectieve ambitie vergt van de deelnemende landen aan zowel het akkoord in Parijs (2015) als in Katowice (2018). Het IPCC trok de conclusie nadat het de gevolgen van de wereldwijde temperatuurstijging had onderzocht.

Een maand eerder, in september, verscheen een rapport van de Deltacommissaris over de zeespiegelstijging. Deltacommissaris Wim Kuijken bracht het rapport mee naar de Tweede Kamer wat is opgesteld door onderzoekers het van waterkundig instituut Deltares. Op haar beurt zag Deltares onder andere het landijs op Antarctica versneld afbreken.  Conclusie: de Nederlandse zeespiegel stijgt mogelijk sneller dan tot nu toe is aangenomen. Het Deltaprogramma wordt in opdracht van de overheid jaarlijks naar de Tweede Kamer gestuurd, en staat vol informatie om de bescherming tegen hoogwater in goede banen te leiden. Het IPCC, de Deltacommissaris, Deltares. Met de twee laatste erbij wordt het een stuk lokaler dan Katowice en Antarctica. Nu is het serieus. Nu is het menis, toch?

Cees van den Bos is wethouder in het Zeeuwse Schouwen Duiveland, namens de SGP. Een maand na de verschijning van het IPCC-rapport gaf hij een toespraak op een congres over de toekomst van de Oosterscheldekering. “Ik heb daar aangegeven dat we ons daadwerkelijk moeten voorbereiden, dat had onder andere te maken met de versnelde zeespiegelstijging. Ik heb me gebaseerd op het rapport van de Deltacommissaris, niet op het rapport van het IPCC.”

Halverwege december 2018 deed de NOS een beroep op wethouder Van den Bos, bij een reportage over de Oosterscheldekering. In dezelfde reportage toonde de NOS beelden van de klimaattop in Katowice. Minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat was in Polen aanwezig en leek bezorgd over de zeespiegelstijging. Van Nieuwenhuizen: ‘De uitkomst van de klimaattop is van levensbelang voor de toekomst van Nederland.’

Van den Bos onderneemt actie en ziet dat als politieke verantwoordelijkheid. “Ik ga niet meedoen aan allerlei discussies over klimaatverandering, daar is de discussie te wetenschappelijk voor en ook eigenlijk polariserend. Maar als dit soort rapporten op ons bord komt, dan moeten we daar wat mee. Dan moeten we ons voorbereiden op een potentiële zeespiegelstijging van één, twee misschien zelfs drie meter.” In het rapport van de Deltacommissaris staat inderdaad dat we rekening moeten houden met een zeespiegelstijging van één a twee meter in 2100. Drie meter zelfs als de opwarming van de aarde verdubbelt. De Oosterscheldekering staat vanzelfsprekend niet te wachten op deze scenario’s.

“Dat zou betekenen dat de Oosterscheldekering niet één keer per jaar dichtgaat, zoals nu het geval is, maar honderd keer per jaar.” Wat dat betekent voor recreatie en toerisme is dat het anders gaat worden, heel anders. Jachthavens moeten anders worden ingericht, wat tonnen zou kosten.

“Als de kering dichtgaat, wat met honderd sluitingen per jaar zo goed als het geval is, heeft dat ook gevolgen voor de fauna in de Oosterschelde. Dat heeft ook weer gevolgen voor de onderwatersport,” ligt de wethouder verder toe. “Veiligheid, natuur en economie. Daar gaat het om, en de stijging heeft op lange termijn dus gevolgen voor alle 3.”

 

 

 

Doordat de snelheid van de stijging niet precies is vast te stellen, valt ook niet concreet uit te leggen wat het gevaar is in de komende eeuw. Of liever: wanneer het gevaar er is in de komende eeuw. Voorspellingen over het klimaat zijn ingewikkeld. “We gaan uit van scenario’s,” legt Van den Bos uit op de vraag hoe je als bestuurder omgaat met dit soort hypothese-beleid, ”als er een probleem is, zie je het tien/vijftien jaar van tevoren aankomen en dán moet je voorbereid zijn. Dat is hoe je dit soort problemen bestuurlijk tegemoet treedt.”

Is het dan zo dat dankzij dit soort maatregelen en gesprekken, Nederland niet voor haar toekomst hoeft te vrezen? Op de boodschap van minister Van Nieuwenhuizen wil Van den Bos niet reageren. “Dat zijn uitspraken van haar op nationaal niveau. Ik ben verantwoordelijk voor deze gemeente en de keringen die aan dit gebied grenzen. Maar als je mij persoonlijk vraagt of ik denk dat de toekomst van Nederland op het spel staat in Katowice? Ik weet het niet. Qua kennis weet ik daar onvoldoende van.” Via de NOS liet de gemeente Schouwen-Duiveland wel weten dat ze wenst dat het kabinet meer haast maakt met de plannen na 2050. “Ik was uit op een reactie. De Oosterschedekering moet nu al in het vizier van de overheid staan wat mij betreft. Wie een beetje bekend is met bestuurlijk Nederland weet namelijk dat lobby veel tijd kost.” Al gaat Van den Bos dus niet per se mee in de apocalyptisch getinte woorden van de minister, hij aarzelt uiteraard niet om de zorgen van de lokale Zeeuwen serieus te nemen. “Op het moment dat ik boeren aan mijn tafel heb zitten die zich zorgen maken over de waterstaat en tegelijkertijd heb ik een rapport van de Deltacommissaris, dan moet je wel oogkleppen ophebben als je niets wilt doen.”

Onder de bevolking is het besef van de meter(s) zeespiegelstijging volgens Van den Bos gering. “Daar zou wat mij betreft ook wat meer mogen veranderen. Daarom is het verspreiden van de awareness een belangrijk onderdeel van de gesprekken die we hierover willen.” Met dit in het achterhoofd lijkt het erop dat de bevolking van Zeeland de woorden van Van Nieuwenhuizen in ieder geval nog niet heeft laten doordringen. Maar levensbelang of niet, de voorbereiding voor eventuele scenario’s is te essentieel om te laten voor wat het is als het aan de wethouder ligt. Een hartstochtelijk, staatkundig gereformeerde Zeeuw als Van den Bos lijkt de verantwoordelijkheid van zijn portefeuille te nemen door anticipatie en voorbereiding. In het geval van Schouwen-Duiveland lijkt dat ook noodzakelijk; maar weinig plekken in Nederland liggen geologisch gezien op een meer opmerkelijke en meer spannende plek.

 

Door: Thieu Schraven