Stadskasteel bereidt zich voor op heropening

Geen wachtende rij bezoekers bij de ingang. Geen gids die groepen mensen langs verschillende objecten leidt. Alleen klussende mensen zijn er op dit moment te vinden. Het is de realiteit voor veel musea anno 2021. “In de toekomst willen we de tuin veel meer gaan gebruiken.”

Het zachte geluid van een papierversnipperaar klinkt, terwijl in het museum de stilte overheerst. De huidige beheerder van dit, qua oppervlakte, kleine museum bladert door de administratie terwijl hij zo nu en dan een blaadje in de shredder laat verdwijnen. “Dit beeld zal de komende tijd nog wel hetzelfde zijn,” vertelt conservator Roland Gieles met een flauwe glimlach. Hij bekleedt zijn huidige functie sinds 2019. Hiervoor heeft hij Kunstgeschiedenis gestudeerd en was hij vrijwilliger bij het Stadskasteel.

Gieles ziet dat het Stadskasteel zich goed heeft aangepast tijdens de eerste lockdown in 2020. “Wij werkten in de periode dat we weer open mochten met de inmiddels bekende tijdsblokken. Het verschil zit in de manier waarop we dit aanpakten. Tussen twee bezoekersgroepen in hielden we een tijdsblok vrij om de ruimtes van het museum schoon te houden. Hierdoor houden we de kans op besmettingen binnen ook zo klein mogelijk.”

Het Stadskasteel staat er al sinds de 16e eeuw en is een plek waarin de historie van de streek goed te zien is. “Oorspronkelijk is het gebouw geen kasteel, maar een soort woonhuis,” vertelt Gieles. “De torentjes en kantelen die het gevoel van een kasteel weergeven zijn door een architect op het gebouw gezet. Het geeft een soort Disneylanduitstraling. De basis van het gebouw komt uit de 16e eeuw, maar rond 1900 heeft er een grote renovatie plaatsgevonden. Sindsdien is het hier een museum.”

De meeste bezoekers komen van buiten de stad naar het museum toe. “De regio waarin Zaltbommel ligt, biedt voor dagjesmensen veel perspectief. Er staan een aantal historische gebouwen in de buurt en er is voldoende ruimte voor bijvoorbeeld wandelaars. Mensen kijken vooraf wat er te doen is en zo komen ze snel bij ons uit. Daar speelt de bekendheid van Fiep Westendorp in heel Nederland ook een rol in. Mensen zijn ook geïnteresseerd in haar verleden.”

Het huidige Stadskasteel bestaat uit verschillende zalen met ieder een eigen verhaal. Zo word je direct naar de Maarten van Rossemzaal geleid, vernoemd naar de Gelderse legeraanvoerder uit de 16e eeuw afkomstig uit Zaltbommel. Een bekendere Bommelaar is misschien wel Fiep Westendorp, tekenares van onder andere Jip & Janneke en Pluk van de Petteflet. Ook zij heeft een plek gekregen in dit museum. Op de bovenverdieping van het museum is een grote zaal te vinden met kleurrijke objecten gemaakt naar haar tekeningen. “Jammer,” zo vindt Gieles. “Dit is zo’n prachtige zaal met historie, zoals twee eeuwenoude schouws. Dan horen deze objecten hier niet echt in thuis.”

Een deel van de objecten gerelateerd aan Fiep Westendorp

 

Vernieuwingen

Tijdens de huidige pandemie heeft het Stadskasteel de kans gekregen om vernieuwingen in de kasteeltuin te realiseren. Toen het museum in de zomer van 2020 een korte periode openging, werden er bijzondere avonden voor bezoekers georganiseerd. In samenwerking met het Bommels Bakhuys konden mensen in de kasteeltuin dineren terwijl de gevel van het Stadskasteel werd verlicht. “Dat zijn momenten die je bijblijven.”

“In de toekomst willen we de tuin meer gaan gebruiken. Deze voorziening kan ons meer oplossingen bieden gedurende deze pandemie. Mensen die nog niet aan de beurt zijn om binnen een rondleiding te krijgen, kunnen van de gelegenheid gebruik maken om op ons terras ook van de buitenkant te genieten. Het plan is sowieso om op korte termijn een bord neer te zetten met informatie over het museum. Ook willen we een paviljoen bouwen waarin we de voorwerpen die verwijzen naar Fiep Westendorp, die nu nog boven staan, hier een plek gaan geven. Dit is zeker een mooi vooruitzicht richting de zomer.”

Het museum wordt ook nog altijd gesteund door de gemeente. In 2020 bedroeg deze subsidie zo’n €80.000,-. “De subsidie die wij krijgen wordt voor een deel gebruikt om het salaris van de beheerder en mij uit te betalen. Voor de rest werken we met vrijwilligers. De objecten die hier staan worden door de gemeente verzameld en wij nemen ze in bruikleen.”

 

Prijsverhoging

Een andere manier om financieel gezonder te worden is een verhoging van entreeprijzen wanneer het museum weer open mag. “Dit hoeft niet per se een nadeel te zijn voor bezoekers,” vindt Hendrik Beerda. Hij is merk- en marktonderzoeker in Amsterdam en werkt samen met onderzoeksbureaus en professoren van verschillende hogescholen en universiteiten in Nederland. Ook voor musea wordt aan de hand van onderzoeksresultaten een marketingstrategie gevormd.

Beerda benadrukt dat Nederlandse musea in het algemeen redelijk goedkoop zijn. Zo kost een kaartje bij het Stadskasteel op het moment €6,50. “Uiteraard zijn er uitschieters naar boven te noemen, zoals het Rijksmuseum. Daar staan echter ook de allergrootste kunstobjecten in Nederland. Deze factoren zorgen ook voor een grotere waardering voor het Rijksmuseum onder de gemiddelde Nederlander dan bijvoorbeeld een klein museumpje in een uithoek van Drenthe.” Om meer waardering te creëren zou een museum zeker een kleine prijsverhoging kunnen doorvoeren vindt Beerda: “De prijs moet soms pijn doen om de perceptie te verbeteren.”

Het jaar 2020 was voor het Stadskasteel een vervelend jaar, maar niet per definitie slecht te noemen als we kijken naar de cijfers. “We zijn in totaal zo’n vijf maanden open geweest in 2020,” zo vertelt Gieles. “Daarin hebben we ongeveer 5000 bezoekers gehad. Normaal halen we een bezoekersaantal van 10.000 per jaar, dus als je het zo bekijkt is het niet tegengevallen in de periode dat we wel mensen mochten ontvangen.