Den Bosch zet zich in voor daklozen tijdens de coronacrisis

De reserveringen voor daklozenopvang bij ’t Inloopschip in Den Bosch stijgen door het winterweer. Maar de echte oorzaak van een verdubbeling van het aantal daklozen in de opvang, is de coronacrisis. Door de Maatschappelijke Opvang Den Bosch en de gemeente worden uitwijkmogelijkheden verzorgd waardoor niemand buiten in de kou hoeft te slapen. Zo is zelfs een hotel beschikbaar gesteld om daklozen op te vangen.

Een kijkje binnen in ’t Inloopschip leert dat daklozenopvang meer is dan een bed en warme kleren. Er hangt een gezellige sfeer waar daklozen worden geholpen hun leven weer op de rit te krijgen. Medewerkers dragen een warm hart toe aan de doelgroep en maken dagelijks mee dat de vooroordelen vanuit de maatschappij niet altijd kloppen.

Bij binnenkomst hangt een briefje op de grote, bruine deur dat er aangebeld dient te worden. Normaal gesproken staat de deur open en kunnen de daklozen zo binnenlopen, maar met deze kou niet. In het kantoor dat is versierd met posters van het lokale circus willen Lotte en Joyce, medewerkers van ’t Inloopschip, beginnen met de dienst overdracht. Als Joyce richting de deur loopt om deze te sluiten vanwege de gesprekken op de gang, wordt ze aangesproken door een man. Ook al kun je door zijn mondkapje met een afbeelding van de Bossche parade erop maar de helft van zijn gezicht zien, lacht hij toch vriendelijk met zijn ogen. Ze praten kort over hoe het met hen beide gaat. Zowel over Joyce haar zwangerschap als over zijn situatie.

EvieHendriks | Props

Joyce aan het werk op het kantoor van ’t Inloopschip. Bron: Redactie

Uit de steeds maar ringende bel en het gegroet op de gang, blijkt dat het druk is. Voorheen had ’t Inloopschip voldoende aan zo’n dertig bedden. Op dit moment is de vraag verdubbeld. Vanuit de Maatschappelijke Opvang Den Bosch en de gemeente worden oplossingen bedacht om voor iedereen een bed te realiseren. Overdag zijn alle daklozen welkom bij ’t Inloopschip en ’s avonds wordt een deel op andere plaatsen ondergebracht zodat niemand buiten hoeft te slapen.

EvieHendriks | Props

Hotel All-inn waar daklozen door de drukte tijdelijk worden opgevangen. Bron: Redactie

Zo zijn er containers ingericht om te overnachten en is Hotel All-inn beschikbaar gesteld voor opvang. Ook kunnen er mensen terecht bij andere locaties binnen de Maatschappelijke Opvang. Bij extreme drukte is er een stoelenproject. Hierbij worden er in de gezamenlijke ruimtes van ’t Inloopschip stoelen met dekens neergezet zodat mensen binnen in de warmte kunnen verblijven. Om een corona uitbraak in de verblijven te voorkomen, wordt de temperatuur van iemand opgenomen bij binnenkomst en ’s avonds voor het slapen. Als iemand klachten heeft, wordt deze persoon direct getest. Blijkt daaruit dat iemand positief is, dan zijn er quarantaine bedden gereserveerd. Verder draagt iedereen verplicht een mondkapje, worden handen gedesinfecteerd en wordt er zoveel mogelijk afstand gehouden.

Het aantal MOE-Landers in daklozenopvangcentra is vooral gestegen. De Oost-Europese arbeidsmigranten hebben vaak werk gecombineerd met huisvesting dus als zij hun baan verliezen, staan ze direct op straat. In Amsterdam zijn sinds de coronacrisis vierhonderd bedden beschikbaar gesteld voor de opvang van deze groep. Dat blijkt uit een inventarisatie van Valente, de brancheorganisatie van de maatschappelijke opvang, op verzoek van NRC. Ook bij ’t Inloopschip merken ze deze stijging. Ans van Oorschot, al jaren werkzaam bij ’t Inloopschip, vertelt dat de opvang voor deze groep op dit moment toegankelijker is. “Buiten de coronacrisis en het winterscenario maken zij geen aanspraak op de opvang maar in deze situaties wel”, zegt ze. “Eenmaal in de opvang proberen wij ze, net als andere daklozen, eigen verantwoordelijkheid bij te brengen. Ook is er een organisatie die deze groep helpt waardoor ze niet dakloos hoeven te zijn in Nederland.” Barka is een organisatie die zich inzet voor deze groep. Zij verzorgen een ticket naar land van herkomst voor een dakloos persoon zodat zij de kans krijgen opnieuw te beginnen in hun vaderland.

“Er zit een stigma op dakloos zijn”

Als Ans vertelt over de ontspannen sfeer in de opvang, komt een jongen aanlopen op zijn krukken. Hij heet Adrian, is 26 jaar en komt uit Mexico. Vier maanden geleden is hij voor zijn gezin naar Nederland gekomen maar zijn relatie is stuk gelopen, daarom is hij in de opvang terecht gekomen. Hij was circusartiest maar sinds een ongeluk aan zijn been, loopt hij op krukken. Als hij over de sfeer in de opvang begint, verandert de balende blik in een glimlach. “De mensen hier zijn goed voor mij”, vertelt hij “Ik heb zelfs een vriendschap opgebouwd. Hij spreekt geen Engels en ik geen Nederlands maar aan een blik hebben we genoeg.” Adrian is in gesprek met een maatschappelijk werker en gekoppeld aan een woonbegeleider. Samen proberen zij zijn leven weer op de rit te krijgen.

Dat de sfeer ontspannen is, blijkt in de gezamenlijke ruimte met keuken. Een groepje mannen zit samen met de bewaker te kaarten. Ans start een gesprek over het avondeten dat verzorgd wordt door restaurant Picasso. “Dat is toch die schilder”, roept een man enthousiast. “Dat klopt, maar ook een restaurant”, zegt Ans. “Zij komen vanavond heerlijke spaghetti brengen.” Normaal gesproken kost een nacht bij ’t Inloopschip vijf euro. Hiervan kunnen daklozen overnachten, douchen, de was doen, ontbijten en lunchen en ’s avonds krijgen zij soep met brood. Met dit extreme winterweer is er een subsidie waarmee restaurants warme maaltijden verzorgen voor de daklozenopvang.

Tussen de persoonlijke gesprekken en de telefoontjes met andere medewerkers van de Maatschappelijke Opvang door, vertelt Ans over het stigma dat op daklozen zit. “Mensen denken vaak dat daklozen niet helemaal wijs zijn, dat ze vies zijn of verslaafd zijn terwijl dat misschien een enkeling is. Een enkeling van de daklozen wil bewust niet in de opvang. Ze kunnen zich niet meer aanpassen aan regels en zijn de vrijheid buiten gewend. Het leven heeft zo’n wending genomen dat ze zich bij hun leven op straat neerleggen. Voor de daklozen hier in de opvang is dit heel anders”, legt ze uit. “Daklozenopvang is meer dan een bed, eten en warme kleren uitdelen. We geven mensen een warm onthaal en proberen eigen verantwoordelijkheid en structuur mee te geven.”

“Hier kunnen mensen zijn wie ze zijn en dat maakt dit werk mooi”

Op de vraag of werken in de daklozenopvang voor iedereen is weggelegd geeft Ans snel en vastbesloten antwoord. “Nee, je moet affiniteit hebben met de doelgroep en zonder vooroordeel erin gaan”, zegt ze vastberaden. “Dakloos worden kan iedereen gebeuren.” Ook denkt Ans dat je dingen los moet kunnen laten. “Je hart en je hoofd liggen heel dicht bij elkaar. Soms moet je een beslissing nemen vanuit een beleid en dat is lastig. Je hart voelt iets anders dan je hoofd en dan moet je jezelf erbij neerleggen.” Al met al zou Ans niets anders willen doen. “Hier kunnen mensen zijn wie ze zijn en dat maakt dit werk mooi”, vertelt ze glimlachend.

Uit de gezamenlijke ruimte trekt ondertussen een etensgeur voorbij. De tafels zijn gevuld en de lange slierten pasta worden opgeslurpt. Adrian komt naar Ans toe om te vragen of hij vast naar de slaapzaal mag omdat hij moe is. Samen lopen ze richting de slaapzaal en Ans wenst hem een goede nachtrust toe.

EvieHendriks | Props

Adrian (26) in een van de slaapzalen van ’t Inloopschip. Bron: redactie