‘Het gaat niet meer om de ontwikkelingen van het kind, het gaat om geld’

Door: Nina Ketelaars

Ieder jaar wordt er weer gekort op de kunstsubsidies. Cultuurminister Ingrid van Engelshoven wil dit jaar dan ook 8,6 miljoen euro bezuinigen op Fonds Podiumkunsten. Mensen werkzaam in de kunsten voelen dit door merg en been. Zo geldt dit ook voor theaterdocent en regisseuse Cindy Paans. “Door de veranderingen verliezen we de commitment aan kunst.”

 

Waarom wordt er op kunst bezuinigd?

“Omdat de regering het ziet als een linkse hobby, het is niet nódig voor de economie. Zij kijken alleen maar naar hoe we in zo’n kort mogelijk tijd zo veel mogelijk geld op kunnen halen. En dat kan kunst niet.”

 

Waarom is kunst toch heel belangrijk?

“Zonder de kunsten is de wereld maar kaal. Er is zelfs bewezen door wetenschappers dat kunst je twee hersenhelften laat samenwerken, terwijl met cognitieve kennis opdoen alleen je rechterhersenhelft werkt. Kunst is gewoon heel gezond. Je leert kritisch zijn, op andere manieren denken en een mening vormen. Dat zijn dingen die je volgens mij mens maken.

Het vak drama bijvoorbeeld gaat er niet over dat iedereen in die klas acteur moet worden. Het is juist een les waarin sociale en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Spreekvaardigheid, zelfverzekerdheid, luistervaardigheid, samenwerken, creatief oplossingen verzinnen, empathie creëren. Bij welk vak leer je dat nog meer?”

 

In hoeverre zijn de kunstbezuinigingen voelbaar?

“Toen ik in 1997 afstudeerde waren er veel grote toneelgezelschappen die subsidies kregen. Vaak kon je dan na het afstuderen doorstromen bij zo’n gezelschap of als docent bij een school aan de slag. Nu is dat bijna helemaal weg en wordt je eigenlijk opgeleid tot zzp’er. Je moet jezelf heel erg op de markt brengen en al je eigen werk zelf genereren. Je moet je eigen fondsen werven, je eigen vereniging beginnen, je eigen werkplaats opzetten en je eigen boekhouding doen. Dat vind ik heel problematisch. Je leert eigenlijk meerdere beroepen in vier jaar hbo.

 

“Kunst tegenwoordig is meer een verdienmodel dan een onderzoek of experiment”

 

“Al die theater initiatieven die eerst gesubsidieerd werden proberen nu overal geld bij elkaar te schrapen. Naar mate van tijd redden die het niet meer, en verdwijnen nog makkelijker dan dat ze ontstonden. Ik vind dat heel zorgwekkend. Wat je nu eigenlijk krijgt is dat er kunst wordt gemaakt waar sowieso geld aan verdient móet worden, want alleen dan kun je het jaar daarna nog bestaan. Is dat nog wel kunst? Is het niet de taak van de kunst om vernieuwend, onafhankelijk en toegankelijk te zijn? Kunst tegenwoordig is meer een verdienmodel dan een onderzoek of experiment. Ik vind dat een gevaar.”

 

Heb je binnen je beroep ook last van de bezuinigingen?

“Ja, de druk in deze maatschappij ligt ontzettend hoog. Waar ik voorheen 30 zaterdagen had om een toneelstuk te schrijven, moet dat nu in 15 zaterdagen. Je verliest zo de commitment aan kunst.

Op school waar ik lesgeef is het tegenwoordig ook anders. Zo had ik voorheen een dramaklas van vijftien kinderen voor een volledig blokuur lang en kon ik die op hun eigen niveau lesgeven. Nu moet het anders, efficiënter. Ik geef les aan twee klassen tegelijk, een havo-klas en een vwo-klas met dertig leerlingen. Zo moet ik nu twee verschillende niveaus die verschillende stof krijgen in dezelfde uren behandelen. Zo is dus mijn klas van vijftien, die ik goed en persoonlijk kon begeleiden, verdubbeld. Dit vraag je toch ook niet aan een wiskunde docent?”

 

“Ik geef niet meer mijn vak, ik doe meer bezigheidstherapie met die kids”

 

“Eerst was er, indien je in het eerste jaar van de middelbare voor een kunstvak koos, een drie jaar durende doorlopende leerlijn. Dit betekend dat als je het in de eerste klas kiest, je er voor de komende drie jaar aan vastzit. Kinderen deden auditie, werden aangenomen en hadden drie jaar lang op niveau les. Nu is dat geschrapt. De kinderen kunnen ieder jaar kiezen of ze dit jaar wel of geen drama doen, waardoor je ieder jaar met andere klassen zit. Als leraar wil je de kinderen juist steeds verder laten ontwikkelen, maar hoe moet dat nou als alle leerlingen ieder jaar weer op een ander niveau zitten? Voor sommige leerlingen behandel ik stof dus dubbel, terwijl ik voor anderen te snel ga. De bedoeling van de kunstvakken die we bieden op deze school is zoveel mogelijk kinderen binnenhalen. Wat ze vervolgens voorgeschoteld krijgen is dubieus. Het gaat niet meer om de ontwikkelingen van het kind, het gaat om geld. Hierdoor verliest drama zijn kracht. Ik geef niet meer mijn vak, ik doe meer bezigheidstherapie met die kids. Ik heb mijn best ervoor gedaan om het anders te regelen maar het geld wint.

 

Het vak wordt steeds meer een uitzondering, ik weet ook niet of het er over een aantal jaar nog is. Als de kinderen stoppen met dit kiezen, houdt mijn werk op. Ik weet dat er genoeg leerlingen zijn die dit leuk blijven vinden. Of ze blijven is vooral afhankelijk van wat wij ze bieden. Dit jaar hadden maar veertien kinderen ons vak gekozen, maar daar waren mijn mede-docenten in ik eigenlijk heel blij mee, want dan konden we weer lesgeven zoals toen. Je geeft veel betere persoonlijke begeleiding aan zo’n kleine klas.”

 

Ben je ook daadwerkelijk bang om je baan te verliezen?

“Ik heb een vast contract, wat betekend dat ik sowieso wekelijks zestien uur les mag geven. Maar van mijn vak zijn er dit jaar maar twaalf. Dit betekend voor mij dat ik er nu ook nog extra CKV bij geef. Mijn vak is drama, niet culturele kunstzinnige vorming. Dit kan ik dan gelukkig nog wel, maar wat moet ik straks als ook die uren ook vervallen? In de mediatheek als bibliothecaresse werken?

 

“Ik heb ook kinderen te voeden en een hypotheek te betalen”

 

Ik werk ook nog op het Factorium als dramadocent eerste klas. Daar zijn de bezuinigingen op het punt gekomen dat niemand meer een vast contract heeft. Ze kunnen je contract wel verlengen, wat ze vaak ook doen, maar je hebt nooit zekerheid. Een (ex-)collega van me die daar al acht jaar met hart en ziel werkte kreeg zomaar geen verlenging, terwijl ze dat al acht jaar wel gaven. Achteraf bleek dat er een nieuw, jong, en dus goedkoper iemand wél verlengd werd.”

Hoe ziet de toekomst er nu uit?

“Als er een plek was waar ik weer kunst kon bedrijven zoals eerst zou ik hier weggaan. Helaas kan ik nergens anders aan de slag op de manier die ik wil, waar ik ook nog een vast contract krijg. Ik zou wel gek zijn als ik dit opgeef in deze tijd. Ik heb ook gewoon kinderen te voeden en een hypotheek te betalen. Als je veel geld wilt verdienen wordt je geen leraar, dat wist ik van te voren. Dit doe je omdat je passie hebt voor je vak en omdat je kinderen wil helpen ontwikkelen.”