‘Een file vol bange mensen’

In 1995 kampte het Land van Maas & Waal met hoogwater. Een ingrijpende gebeurtenis in deze streek. “We waren allemaal bang, “ zegt Will van Gelder hierover. Het streekmuseum Tweestromenland in Beneden-Leeuwen wijdt er nu 25 jaar later een expositie aan. Will is vrijwilliger bij dit museum en ook slachtoffer van de evacuatie. “Het was een lange periode onzekerheid.”

Het hoogwater was een probleem. Jij woonde daar toen ook, hoe heb jij dit meegemaakt?

“Het water had nog nooit zo hoog gestaan. Voor ons was het ook allemaal nieuw. Toen kregen we ineens te horen dat we geëvacueerd moesten worden. We waren allemaal bang. We wisten niet of de dijken het zouden houden, zelfs niet of de dijken hoog genoeg waren om het water tegen te houden.”

Hoe ging de evacuatie?

“De evacuatie was heel stressvol. We kregen in de ochtend te horen dat we in de avond het gebied al uit moesten zijn. Gelukkig woonde mijn dochter in Wijchen, in dat gebied hoefde de bewoners hun huis niet te verlaten. We zijn toen dus daar naartoe gegaan. Het inpakken moest natuurlijk ook heel snel gebeuren. Iedereen moest op hetzelfde moment het gebied uit, dus het was heel druk. Een stukje waar we normaal 30 minuten over doen duurde nu 90 minuten. Het was een file, een file vol bange mensen.”

Wist je wanneer je terug zou komen

“Nee, we wisten niks. Alles was onduidelijk. We wisten niet wanneer we naar huis zouden kunnen en wat we thuis zouden aantreffen. Het was een lange periode afwachten. Uiteindelijk hebben we drie lange dagen in onzekerheid gezeten, daarna konden we terug naar ons huis in Beneden-Leeuwen. Onze dijken hielden het gelukkig, maar andere dorpen hadden minder geluk. Het waren drie lange en angstige dagen. .”

Het is nu 25 jaar later, een mooi moment om een expositie op te bouwen. Het zoeken voor materiaal is natuurlijk erg belangrijk. Waar haal je materiaal voor de expositie vandaan?

“We hebben verschillende vrijwilligers met verschillende taken. Een van die taken is rondvragen voor materiaal. Ze gaan dan langs bij kranten en andere instanties. Dit kan om foto’s gaan, maar ook om krantenknipsels of simpelweg verhalen. De meeste vrijwilligers hebben het hoogwater en de evacuatie ook meegemaakt. Die verhalen zijn zeker te gebruiken. Uiteindelijk hopen we genoeg te hebben om de expositie te vullen, maar we gaan er vanuit dat dit geen probleem gaat zijn.”

Hoe denk je dat de expositie ontvangen gaat worden?

“Ik denk dat mensen het leuk gaan vinden. De expositie die nu loopt, over de Tweede Wereldoorlog, wordt ook goed bezocht. Zowel ouderen als jongeren hebben interesse en lopen hier regelmatig naar binnen. Het blijft wel een streekmuseum, het publiek blijft wel een beetje hetzelfde. Door de exposities te rouleren, blijft het ook interessant voor mensen die al eens zijn komen kijken. Hierdoor zien ze nieuwe dingen en blijven we publiek houden. Voordat we exposities hadden, hadden we alleen een vast gedeelte. Toen kwamen de mensen een keer en dan waren we ze kwijt. Dat hebben we nu gelukkig niet meer.”

 

 

Wanneer zijn jullie dan met roulerende exposities begonnen?

“Bij het aanstellen van een nieuwe directie begin 2019. Bij de oude directie ging het museum steeds sneller achteruit, tot het punt dat we ongeveer 1 maand dicht zijn geweest. Weinig tot geen bezoekers en het vrijwilligersaantal liep omlaag. Bij de aanstelling van een nieuwe directie kwamen we van de grond. Vrijwilligers kwamen terug en mensen bezochten het museum weer. De gemeenten gaven ons subsidies en we konden de huur voor het pand betalen. We konden weer overleven. We kregen ook steeds meer publiek en daaruit kregen we ook extra budget. De nieuwe directie heeft er dus nieuw leven in geblazen.”

Hoe ziet een roulerende expositie er uit?

“Het zijn vooral foto’s met tekst. Veel persoonlijke verhalen gebonden aan een foto. De bezoekers kunnen rustig de tijd nemen om rond te kijken. Ook gidsen zijn aanwezig, iets wat ik ook regelmatig doe. Grote groepen hebben vooral interesse in een rondleiding. Als gids vertel ik verhalen die in de expositie te lezen zijn, maar ook dingen die ik zelf heb meegemaakt. Verhalen die ik van eerdere bezoekers heb gekregen kan ik goed gebruiken. Na een tijdje te gidsen heb je dan ook meer te vertellen dan als de expositie net geopend is. Dit maakt het gidsen leuk, ik leer er ook nog eens van.”

Wat voor publiek hopen jullie te trekken?

“Het maakt ons niet veel uit. Je hoopt natuurlijk wel dat er zoveel mogelijk mensen langskomen. We merken wel dat ook veel kinderen interesse tonen in het museum. Vaak komen er scholen langs voor een klassenuitje. Veel kinderen vinden het dan zo leuk dat ze met hun ouders nog een keer terug komen. Dit vinden wij wel echt leuk. Het museum laat vooral dingen over vroeger zien. De jongere generaties weten hier nog weinig tot niks van. Des te leuker het is als de kinderen er interesse in tonen.”

Wat wil je overbrengen met deze expositie?

“Ik wil vooral dat mensen snappen wat voor tijd het toen was. Dat het een echt angstige periode was. Vooral de kinderen snappen het minder, want die hebben het natuurlijk niet meegemaakt. Het is iets dat met een beetje pech zo weer kan gebeuren. Die boodschap is het belangrijkste.”