“We krijgen iedere dag meldingen, van een rotje tot een kapot geknalde brievenbus”

Disclaimer: dit interview is afgenomen vóór de jaarwisseling

Door: Indy Naterop

Jordy van Gorp is Senior Gebiedsgebonden Politiezorg (rang van brigadier) in het centrum van Breda, met als taakveld contra-terrorisme, extremisme en radicalisering. Daarnaast maakt hij deel uit van een projectgroep in Breda, die met name gericht is op vuurwerkoverlast in de wijk Hoge Vucht, waar het vorig jaar uit de hand liep . Daar zijn ze van plan dit jaar directer te gaan handhaven.

 

Op welke manier willen jullie de overlast dit jaar voorkomen?

“Nou, we willen eerder aanwezig zijn in wijken, signalen eerderoppakken. Dat is vorig jaar ergens misgegaan, toen jongeren de politie aan het uitdagen waren en ons bewust aan het opwachten waren met vuurwerk. Dus we proberen daar nu, in het contact naar de jeugd, beter mee om te gaan. Ook willen we de mensen die een melding doen van vuurwerkoverlast aansporen om dat te blijven doen en het vertrouwen van hen terugwinnen  naar aanleiding van vorig jaar. We willen de meldingen serieus oppakken , daar iets mee te doen en onze successen delen met de buurt. Zodat ze weten: melden heeft zin.”

Wanneer beginnen de eerste meldingen met betrekking tot overlast binnen te komen?

“De eerste meldingen komen vaak al in november binnen, dan beginnen de eerste knallen wel te komen. Maar vaak is het toch een beetje subjectief, want de een vindt het wel overlast en de ander niet. Op weg naar 1 januari komen er vaak steeds meer incidenten met zwaar vuurwerk, het vernielen van bushokjes, dat soort zaken. Het begint dan al echt wel op te borrelen. Zo hebben we laatst nog een mogelijke leverancier onderschept van illegaal vuurwerk, naar aanleiding van een melding via Meld Misdaad Anoniem. Dat is een platform waarop mensen geheel anoniem meldingen kunnen doorgeven aan de politie.”

Hoe vaak komen er meldingen binnen over vuurwerkoverlast? Is dat op dagelijkse basis?

“Ja, op dit moment krijgen we wel iedere dag meldingen van overlast. En dat is van een rotje tot een kapot geknalde brievenbus, met alles daar tussenin. Het is alleen lastig om te bepalen of we overal op doorpakken. Als mensen bijvoorbeeld om een knal bellen en wij komen daaropaf, is de knal al 5 minuten geleden en zijn de daders al lang weg. Wil je iemand meteen pakken, dan moet je diegene het vuurwerkje af hebben zien steken in het echt of op camerabeelden . Maar een heterdaadje blijft ontzettend lastig.”

Wat doen jullie ter plekke dan met een melding?

“Als wij een groep jongeren zien op de plek van een melding en we hebben het idee dat ze bij die melding betrokken zijn, dan halen we hen uit hun anonimiteit en voeren we een gesprekje met ze. En als we écht een aanwijzing hebben, zoals “Jantje met de blauwe jas deed het”, dan kunnen we kijken of we op basis van de Wet op de Economische Delicten mogen fouilleren. Vaak blijft het dan nog de vraag of ze iets op zak hebben, maar je laat op deze manier wel zien dat je actief en oplettend bezig bent in de wijk.”

Hoe komt het dat jongeren al zo vroeg al beginnen met afsteken?

“Dit jaar maakt het bijzonder door het coronavirus. Ze hebben niks te doen, het buurthuis is dicht. Dus ze zoeken vaak toch naar redenen om een beetje kattenkwaad uit te halen, alleen is dan de vraag waar je die grens trekt. Want er zit een groot verschil tussen één keer een harde knal afsteken of willens en wetens dingen vernielen met het vuurwerk dat je op zak hebt. En natuurlijk hebben we allemaal wel eens iets gedaan wat niet mocht, alleen wanneer je dingen gaat vernielen ten koste van anderen, trekken wij een duidelijke grens.”

Maakt het vuurwerkverbod het lastiger om de daders te pakken, nu ze weten dat het verboden is?

“Ja weet je, het illegaal vuurwerk is natuurlijk altijd verboden en daar verandert het vuurwerkverbod niks aan. Ik denk dat het voor ons met nieuwjaar straks wel makkelijker te handhaven is, omdat je meteen kunt doorpakken. En dat is in principe nu ook al wel, maar dat geeft ons wel meer handvatten  om daar mee aan de slag te gaan. En of het per definitie lastiger is, denk ik niet. Ik denk dat het aardig hetzelfde blijft. Alleen zal je meer mensen hebben die melding maken, dus zal je er op ingesteld moeten zijn meer te handhaven. Gelukkig zijn we vroeg begonnen met handhaven in de ‘probleemwijken’ en hebben we aan de bewoners kunnen laten zien dat we er zijn.”