Aniek (17): “Ik kreeg een ‘Lever die kanker telefoon in’ naar me toe”

In Terneuzen waren er afgelopen jaar 225 misdrijven meer dan het jaar ervoor. Dat meldt CBS Statline. Onder die misdrijven valt ook ‘diefstal met geweld’. Iets waar Aniek (17) afgelopen juni slachtoffer van werd. “Ik heb de drang om iedereen in de gaten te houden op straat.”

Het gebeurde allemaal op 17 juni 2020 op een bankje bij de kinderboerderij. “Ik was aan het wachten op een vriendin. We zouden gaan wandelen en hadden bij de kinderboerderij afgesproken. Ik wilde weten hoe laat het was. Op dat moment zie ik een jongen lopen. We kijken elkaar aan, maar hij doet of zegt niets. Ik besloot weer om te draaien. Terwijl ik dit doe en mijn telefoon terug in mijn zak wil stoppen, voel ik iets in mijn nek. Ik wil omdraaien, omdat ik het niet helemaal in de gaten had. Ik voel op dat moment karteltjes van het mes. Ik kreeg een ‘Lever die kanker telefoon in!’ naar me toe en hij trok de telefoon uit mijn handen.”

De dader loopt weg en Aniek staat op. Ze staat stijf van de adrenaline en besluit erachteraan te gaan. Ze rent, maar komt er al snel achter dat het geen zin heeft, want hij heeft ook een mes bij zich. Ze komt mensen tegen, barst in huilen uit en vertelt wat er is gebeurd. De man twijfelt niet en gaat achter de jongen aan. “Ik riep nog naar hem dat de jongen een mes had, waarop hij terugriep: ‘Interesseert me niet!’” Aniek liep samen met de vrouw achter de man aan. “Terwijl we achter hem aan liepen, werden we zowat aangereden door de politie”, vertelt Aniek lachend. “Nog geen vijf minuten later stond de straat vol met politieauto’s.”

Aniek werd meegenomen naar het politiebureau en moest daar een verklaring afleggen. Ondertussen waren de andere auto’s de jongen gaan zoeken aan de hand van de omschrijving van Aniek. De dienst zat erop, maar de jongen was nog niet gevonden. Er werd een melding en persbericht gemaakt. Daarop werd gereageerd door een moeder wiens zoon een jongen had zien rennen met een mes. De zoon moest een verklaring afleggen bij de politie. Die gingen er mee aan de slag.

“Een week later heeft de politie een kamerbezoek gedaan. Ze kregen geen huiszoekingsbevel maar mochten wel zijn kamer doorzoeken. En daar lag op zijn bureau, netjes naast elkaar, mijn telefoon en het mes.”

De jongen heeft twee dagen vastgezeten. Hij heeft eerst hier in Terneuzen een halve dag vastgezeten. Hij kreeg de keuze tussen praten of naar Torentijd. Torentijd is de hoofdlocatie van Penitentiaire Inrichting (PI) Middelburg. “Hij ging niet praten, want hij had volgens eigen zeggen niets gedaan. Dus werd hij verplaatst naar Torentijd. Daar heeft hij twee dagen gezeten tot zijn moeder zei dat hij maar beter kon gaan praten. Toen heeft hij alles verteld.”

Hij vertelde de recherche dat hij niks gemunt had op Aniek en ook geen enkele intentie had om iemand pijn te doen. “Hij had zelf een iPhone 8 en hij wilde per se een iPhone 10. Mijn telefoon had een doorzichtig hoesje waardoor hij zag dat ik een iPhone 10 had. Het was dus puur de telefoon.”

De omgeving van Aniek reageerde heel bezorgd. “Ik mocht bij iedereen langskomen om mijn verhaal te doen en erover praten. Heel lief, maar je hebt echt geen behoefte om je verhaal nog een keer te doen. Je hebt het al moeten vertellen aan je ouders, opa en oma, politie, nog een keer politie, want de politie wilden allemaal, stuk voor stuk, weten wat er was gebeurd en waar ze naar moesten zoeken. Dan heb je het wel even gehad.”

De rechtszaak is begin januari. Aniek heeft gekozen daar niet bij te zijn. “Ik heb besloten om er niet bij te zijn, omdat de dader het niet op mij gemunt had. Hij wilde puur de telefoon. De kans is groot dat hij mij nu niet meer zal herkennen. Als ik daar nu bij ga zitten, kan hij mij wel herkennen en onthouden. En daar heb ik echt geen zin in.”

Aniek heeft wel een brief geschreven die wordt voorgelezen tijdens de rechtszaak. “Als ik vertel aan de rechter wat dit met mij heeft gedaan, kan de rechter daarop zijn uitspraak aanpassen.” Onder andere schrijft ze het volgende in de brief: “Ik ben vaak bang als ik over straat loop, ik heb het gevoel dat ik niemand meer kan vertrouwen. Dat is heel anders dan hiervoor. Ik heb de drang om iedereen in de gaten te houden op straat. Daar word ik heel onrustig en onzeker van.” en “Ik hoop dat je nu gaat nadenken over wat je gedaan hebt, niet alleen aan mij, maar ook aan jezelf.