The last Ones Standing: een zoektocht naar de laatste veteranen van Canada

In dertien maanden tijd reisde Canadese filmmaker Eric Brunt (27) door heel Canada met maar één doel: zoveel mogelijk Canadese veteranen interviewen voor zijn documentaire The Last Ones Standing.

Geschreven door Iris Boelens

Het is een race tegen de klok, want het aantal nog levende veteranen neemt al jaren af. In de Tweede Wereldoorlog diende meer dan een miljoen Canadezen, nu zijn er minder dan 41 duizend over. Sinds Eric’s laatste interview zijn er al meer dan negentig veteranen overleden. ‘’Het is heel vreemd, want het is al een kwart van alle veteranen die ik sprak.’’ Hij praat op een kalme manier, maar je merkt het verdriet in zijn stem. ‘’Zo hoorde ik vanochtend het nieuws dat er weer een veteraan is overleden. Het is voor mij een vreemd gevoel, want je bent meestal maar één dag in hun leven. Toch ontwikkel je in die ene dag een bijzondere band. Je bent welkom in hun huis, ze vertellen je grappige en verdrietige verhalen. Soms huilen of lachen ze. Vaak houd ik ook contact met de veteranen, al is het maar via email. De eerste overledene was daarom ook heel zwaar. Het klinkt heel raar wat ik nu ga zeggen, maar op een gegeven moment wordt elk sterfgeval minder erg. Je wordt er hard van. Het herinnert mij aan de verhalen die de veteranen vertelde. In de oorlog maakte je geen vrienden. Elke dode vriend beïnvloedt je totdat je niet meer verder kan. Het beeld van vrienden in de oorlog wat mensen vaak met band of brothers associëren, klopt niet. De vriendschappen tussen de veteranen ontstonden pas na de oorlog in Canada, vaak gevormd door de verschrikkelijke ervaringen in de oorlog. Zo voelt het ook voor mij. Ik heb al zo veel veteranen verloren, ik kan er niet aan blijven denken. Het enige wat mij dan kan troosten is dat ik ze heb kunnen ontmoeten en hun verhaal kan delen.’’

      Veteraan LIoyd Seaward                            Veteraan Fred Cooper  

                 1917-2020                                                       1919-2019

                                                                                                                     

Veteraan Robert Jones

Filmmaker Eric Brunt beschouwt het als zijn plicht om zoveel mogelijk veteranen te spreken voor zijn documentaire, voordat het te laat is. ‘’Hier in Canada hebben we nooit echt een gezicht achter de oorlog. Veel aandacht voor de veteranen is er niet en op de scholen wordt er niet genoeg bij stilgestaan. Ik denk dat er wel een oplossing voor is, zoals beeldmateriaal aan de jongeren laten zien, of de Canadese militaire begraafplaatsen bezoeken. Als we het de kinderen leren, dan vergeten we het niet. Ik hoop dat mijn documentaire daarbij helpt.’’

Zijn idee voor de The last ones standing is ontstaan na de dood van zijn opa, die in de Royal Canadian Air Force diende tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn verhaal is nooit verteld. ‘’Tijdens een documentaireklas op de filmschool kwam ik op het idee om de mannen van mijn opa’s generatie te spreken die in het leger hebben gediend. Ik sprak eerst met acht veteranen in mijn omgeving. Het zat altijd al in mijn hoofd om meer veteranen te spreken door heel Canada. Er zijn nog zoveel verhalen die verteld moeten worden.’’

Vijf jaar later ging hij zijn droom achterna en trok hij met een minivan door Canada op zoek naar veteranen. In dertien maanden tijd sprak hij meer dan vierhonderd veteranen. ‘’Het was zeker in het begin heel moeilijk’’, vertelt Eric lachend. ‘’Niemand had mij van tevoren verteld dat er ook gevochten werd in Zuid-Afrika. Maar het werd gelukkig steeds makkelijker. In het begin van het project snapte ik niet waarom de veteranen met zo’n jonge man wilde praten. Uiteindelijk begreep ik dat ze het gewoon leuk vonden dat ik interesse had. Ik heb dezelfde leeftijd als hen toen ze in dienst gingen. Het was erg makkelijk om een band met ze te vormen als ze het over meisjes hadden, of de grappige verhalen die ze vertelden. De veteranen hadden het altijd over de wijn in Italië. Het was veiliger om daar de wijn te drinken dan het water, omdat de Duitsers het water vergiftigde.’’ Hij vertelt het met een lach. ‘’Het zijn zulke verhalen waar ik mee kan praten, want misschien drink ik ook wel zo veel wijn in die situatie.’’

‘’Het kwam vaak voor dat de veteranen hun oorlogsverhaal voor het eerst vertelden tijdens het interview. Ouderen willen het stilhouden voor hun kinderen en kleinkinderen. De verschrikkelijke verhalen willen ze zelf liever niet horen. Het maakt ze misschien wel emotioneel of verdrietig met het resultaat dat ze het voor zichzelf houden. Soms vertellen ze het wel aan hun vrienden, maar dat wordt moeilijker omdat er weinig vrienden over zijn. Ze zijn de laatste van hun generatie.’’

Een van Eric’s meest bijzondere ervaringen was de ontmoeting met een veteraan in Saskatoon. ‘’De veteraan was al ver in de negentig en vertelde over zijn vrienden in de oorlog. Door toevalligheid kwam ik erachter dat hij mijn oudoom heeft gekend. Ze waren allebei piloot in de Tweede Wereldoorlog en allebei hebben ze de oorlog overleefd.  Toen liet de veteraan een foto zien waar hij en mijn oudoom opstonden samen met twee andere piloten. De andere twee piloten hebben het niet overleefd. Het was een goed beeld van de werkelijkheid. Ongeveer vijftig procent van alle piloten zijn gestorven in de oorlog. Het was zo indrukwekkend om dat te horen, ik werd er emotioneel van. Hij is de enige veteraan die mijn oudoom heeft gekend.’’

‘’Elk verhaal die je van de veteranen hoort maakt je een trotse Canadees. Het zit in onze aard om bescheiden te zijn. We praten er eigenlijk nooit over. In de films gaat het nooit over de Canadezen, maar alleen over de Engelsen en Amerikanen. Je beseft je dat de Canadezen daar ook waren, in gevecht voor andermans vrijheid. Bij de veteranen is Nederland een van hun beste herinneringen aan de oorlog. Voor veel soldaten was het de eerste keer dat ze een land zagen dat had geleden onder de bezetting. In Nederland zagen ze voor het eerst de emoties van de bevolking. Er was geen ander land in Europa dat zou uitbundig reageerde op de bevrijding. Nederland vergeet daarom de verhalen niet. Daar zijn ze te dankbaar voor. We mogen niet alleen de verhalen vergeten, maar ook niet onze familiegeschiedenis. Ik zie het herinneren als een fakkel. Ouderen moeten de verhalen doorgeven aan de kinderen. Het is hun taak om het licht weer door te geven. Dan blijft het herinneren bestaan.  Ik hoop dat het niet stopt.’’

Bron: Eric Brunt Media