‘’DE VERENIGING HEEFT MIJ VEEL MEER INZICHT GEGEVEN IN HET LEVEN.’’

PENNINGMEESTER A.S.V. GAY LISELOT JACOBS (26)

‘’DE VERENIGING HEEFT MIJ VEEL MEER INZICHT GEGEVEN IN HET LEVEN.’’

Interview door: Sara Brouwers

Uit cijfers van OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) blijkt dat in de laatste zeven jaar het aantal mensen dat zich identificeren als LHBTQ+’er met vijftig procent is gestegen. Maar er is nog steeds te veel discriminatie en niet genoeg acceptatie. Gemiddeld voelen één op de drie Europese LHBTQ+’ers zich recent gediscrimineerd.

De Amsterdamse Studentenvereniging Gay heeft in 2019 de 300 leden behaald en is daarmee de grootste LHBTQ+-studentenvereniging van Nederland. In de vereniging staat het ontmoeten van andere LHBTQ+’ers, steun aan elkaar bieden en het gezellig hebben centraal. De vereniging bevordert zichtbaarheid en (zelf)acceptatie. ‘’Vanaf het moment dat mensen uit de kast komen, veranderen ze. Dat komt omdat ze helemaal anders kunnen zijn. Je laat dan alle druk los. Ik voelde me toen ook heel anders’’, zegt Liselot Jacobs.

‘’De studentenvereniging is begonnen met vier lesbische vrouwen, die in 2010 vonden dat er niet genoeg werd gedaan voor jonge homoseksuele in Amsterdam. Ze hebben alles in hun eentje opgezet. Wij zijn de eerste homoseksuele verenging van Nederland. En binnen een paar jaar was het de snelst groeiende studentenvereniging van Amsterdam.

Wij zijn ook gewoon een vereniging die leuke dingen doen als borrelen en feesten. Het verschil is dat onze focus ligt op het maatschappelijke en het pure van seksualiteit en geslacht. Wij blijven het 50/50 aanpakken. Ik ging ernaartoe om vrienden te maken en mensen te zoeken met wie ik kon verbinden op dat gebied. Maar ik ging in het bestuur, omdat ik meer met het maatschappelijke bezig wilde zijn. A.S.V Gay heeft me geholpen met het proces, maar nu ben ik waar ik wilde zijn en ga ik alleen nog maar naar de leuke activiteiten.

Wanneer je student bent, zoek je een groep waar je bij kan horen. Momenteel is alles nog binair. Dit betekent dat alles wordt nog geassocieerd met man of vrouw. We wilden iets nieuws brengen en onszelf zichtbaar maken. Ik denk dat ik vroeger meer dacht dat ik ‘out of the box’ was. Toen voelde het alsof ik in de minderheid was als homoseksueel zijnde. Nu ik langer openlijk homoseksueel ben, denk ik steeds vaker dat er is niks geks aan is. Natuurlijk zijn er minder homoseksuele dan heteroseksuele, maar dat maakt het niet verkeerd. Wat mensen er van zeggen heeft geen invloed meer op mij.

De enige reden dat ik niet bij een andere vereniging ben gegaan is, omdat zij een ontgroening hebben en wij niet. Ik hou niet van kleineren en verplichtingen. Ik wilde aan het begin van mijn studentenleven nieuwe vrienden maken. Ik wilde me ergens thuis voelen. Daarom ben ik andere homoseksuele mensen gaan opzoeken. In plaats van ontgroening hebben we een ‘ontrozing’. Onze ontrozing is echter meer voor de gezelligheid en een groepsgevoel. De vereniging staat ook open voor heteroseksuelen. Alleen zijn er weinig hetero’s die hier gebruik van maken. Hetero’s vinden het leuk dat wij dit doen maar steunen ons vooral alleen.

Ook hebben we nu contact met middelbare scholen. De leerlingen van de scholen organiseren activiteiten, zoals lezingen van deskundige, om meer acceptatie te krijgen. Je moet kinderen eigenlijk zo snel mogelijk leren dat homoseksueel zijn normaal is. De middelbare scholen raden de leerlingen aan om naar onze vereniging te gaan. Op deze manier helpen wij elkaar. Zo kunnen ze uiteindelijk leven buiten de hokjes. En ze kunnen altijd nog terugvallen op die groep. Maatschappelijk kunnen wij denk ik veel bereiken als vereniging. Wij hebben iets gemeenschappelijks en wij zijn heel actueel. Ik geloof dat als je zichtbaar bent, je ‘normaal’ wordt. Als ik extra klef doe op straat, zal ik dat expres doen.

Andere verenigingen vinden onze vereniging niet vreemd. Maar we hebben wel eens een interessant gesprek gehad met een christelijke studievereniging. Christenen zijn niet per se voor een homoseksuele vereniging. Ze wilden een samenwerking aangaan, zodat zij als christelijke verenging er toleranter uit zouden zien dan dat ze waren. Waardoor zijzelf in een positiever daglicht stellen. Onze vereniging is deze samenwerking uiteindelijk daarom niet aangegaan. Veel mensen willen er toleranter uitzien, maar dat moet dan ook met de juiste intentie zijn.

We hebben dit jaar nog een discussie gehad over het A.S.V Gay lied. Het bestuur heeft gezien dat een aantal dingen die we zingen niet meer goed zijn. Toen werd het minder serieus genomen. Maar nu is de vereniging steeds serieuzer en maatschappelijker geworden. Je moet ook steeds politieker correct worden, omdat ik het gevoel heb dat Nederland steeds gevoeliger wordt. In het lied zingen we ‘meisje’ en ‘jongen’. We zingen nu binair, terwijl we eigenlijk all inclusive moeten zijn. Dus dat gaan we het veranderen in algemenere termen. Het lied moet een verbinding en een samenhorigheidsgevoel geven.

Ik weet nog steeds niet waarom ik pas twee jaar geleden uit de kast ben gekomen. Ook wil ik niks aanwijzen om dat de schuld te geven. De vereniging heeft mij veel meer inzicht gegeven. Daar leerde ik zo veel mensen kennen. Binnen de vereniging hoorde ik ook veel verhalen waarin ik mezelf herkende. Er kwamen in één keer heel veel positieve dingen op me af. Iedereen vindt daar alles leuk en niet per se ‘anders’. Ik snap als mensen het zwaar kunnen vinden als familieleden homoseksueel zijn. Als jij ‘anders’ niet gewend bent, is het heel moeilijk om opeens open te staan voor andere dingen. Daarom vraag ik ook altijd alleen respect en niet per se begrip.’’