De zeven verdachten voor hennep knippen verschijnen voor politierechter: “het waren niet zomaar een paar plantjes”

BREDA –Een klein politieautootje rijdt in de nacht van 6 november surveillerend over de Gastelseweg in Roosendaal. Nachtdienst. Niets vermoedend rijden ze over de stille, plattelandswegen- tot een loods met een doordringende hennepgeur de aandacht trekt. Terwijl de twee agenten stilletjes hun wagentje parkeren weten ze het zeker: Er zijn mensen binnen in deze loods. Ze horen stemmen, ze zien fel licht en er hangt een wietgeur zo doordringbaar als gas. Ze twijfelen geen seconden en vallen binnen. De politie staat oog in oog met drie vrouwen en vier mannen, hun handen verstopt onder blauwe handschoentjes en de grond bedekt met wiettoppen.

Door Annabelle Zwarter, 26 februari 2021

Op 10 februari 2021 verschijnen de zeven verdachten een voor een voor de politierechter. Het is een zitting van 5 uur en de rechter leunt achterover in zijn stoel. Per zaak komen er twee verdachten naar voren. Na de eerste vier verdachten te hebben behandeld vlucht de rechter even weg om een boterham te eten en een kop koffie te drinken. De officier van justitie leidt elke zaak in met dezelfde zaak omschrijving: “Op 6 november 2020, om kwart over 4 s ‘nachts”, galmt de officier telkens weer door de zittingzaal. Elke nieuwe verdachte zit recht op in zijn stoel terwijl ze gehoorzaam de tenlastelegging aanhoren.

“Op 6 november 2020, om kwart over 4 s ‘nachts valt de politie een loods binnen waar schijnbaar hennep wordt geknipt. Op dat moment is er 15KG aan hennep aanwezig. Ook waren er twee busjes: een van de busjes werd gebruikt om de hennepplanten naar binnen te rijden. Op de grond ziet de politie blauwe zeilen bedekt met henneptoppen -en planten. Er is een ‘verknipselaar’ aanwezig, een machine die de hennepplanten knipt. Ook treffen ze een afzuiginstallatie aan.”

 

De zwaarste straf

De twee mannen die het zwaarst gestraft gaan worden zitten nog kalm in de groene stoelen van de zittingzaal. Deze twee mannen zijn verdachte R. en verdachte C. De mannen hebben al vaker voor de politierechter gezeten. Eens in de zoveel tijd gooien deze twee verdachten een lollige opmerking door de zaal of wordt er een Snapchat foto gemaakt.

“Het liefst krijg ik taakstraf. Van taakstraf leer ik nog iets, de gevangenis maakt me alleen maar dommer”, aldus verdachte R. De officier van justitie eist voor verdachte R. en C. 100 uur taakstraf, met 16 dagen gevangenisstraf waarvan 13 dagen voorwaardelijk. “R. heeft vrouwen opgehaald, C. zou het hennepafval wegbrengen”, de stem van de officier van justitie galmt door de zaal, “jullie waren meer dan alleen knippers.”

 

Meneer R

6 november 2020. Verdachte R kijkt door de autoramen naar buiten en hij ziet alleen maar donkerte en stilte. Hij zit achter een stuur in een busje dat niet van hem is. Op de achterbank zitten drie Bulgaarse vrouwen waar hij niet mee kan communiceren. Meneer R. is de jongste van het busje, maar hij heeft het langste strafblad. Verdachte R heeft net de drie vrouwen opgepikt en hij rijdt door naar de loods. “Mijn rol was die vrouwen ophalen en helpen schoonmaken”, verklaart verdachte R. tegen de rechter, “wat was dat schoonmaken?”, vraagt de rechter hem. “Kan van alles zijn.” “Betekent wiet knippen hetzelfde als schoonmaken?”, met een grijns antwoordt verdachte R: “Ja”.

“Dus uw rol was die dames ophalen. Dat deed u niet uit uzelf. Heeft u die opdracht gekregen?” “Ja. Dat kreeg ik.” “Wie heeft u die opdracht gegeven?” “Laten we er nu geen andere mensen bij betrekken. We accepteren zelf de straf.”

 

Meneer C

Verdachte C is een man met een strafblad van dertien kantjes. Meneer C was die avond ook in de loods en zijn busje is in beslag genomen. Hij wordt ervan verdacht dat zijn busje de hennepplanten heeft aangeleverd, verdachte C ontkent dit. Hij weet wel uit welk voertuig de hennepplanten wel kwamen, “maar dat ga ik niet verklaren”, aldus meneer C. Meneer C werd verdacht van het hennep aanleveren omdat er wietblaadjes in zijn busje lagen. “Ik had gewoon wat van die wiet geprobeerd in mijn auto”, geeft verdachte C als verklaring.

Verdachte R. en C. hebben een taakstraf van 100 uur gekregen, ter vervanging door 50 dagen hechtenis. Ook hebben ze een gevangenisstraf van 16 dagen gekregen, waarvan 13 voorwaardelijk. Ze hebben een proeftijd van 2 jaar. Ze hebben een zwaardere straf gekregen omdat ze buiten het knippen van hennep ook hebben meegeholpen aan de organisatie.

 

De drie vrouwen

6 november 2020. Mevrouw A. staart door haar vermoeide ogen uit het raampje van de bus. Het is diep in de nacht. Naast haar zitten twee dames, die inmiddels bijna op elkaars schoot zitten wegens de krapte in de bus. Ze kennen elkaar niet. Wel spreken ze alle drie dezelfde taal: Bulgaars. Stilte overheerst in het busje. De drie dames zijn eerder die nacht thuis opgepikt door verdachte R om ‘schoonmaakheden’ te verrichten. Zouden deze drie vrouwen weten wat ze daadwerkelijk moesten gaan doen? Mevrouw B: “Ik heb niets geknipt. We werden thuis opgehaald om schoonmaakheden te verrichten. In de loods moesten we wachten tot de auto met hennep kwam. Als de mannen klaar waren met knippen konden wij de vloer gaan schoonmaken”. De drie Bulgaarse vrouwen ontkennen te hebben geknipt.

De dames verklaren vooral dat ze alleen ‘schoon hebben gemaakt’. Maar wat dat ‘schoonmaken’ precies inhoudt, dat vraagt de rechter zich af. Als de rechter aan Mevrouw A. vraagt: “Heeft u planten op de grond zien liggen?”, antwoordt zij verstrooid: “Die planten lagen daar op de grond. Er was nog niets met die planten gedaan. Ze waren nog niet schoon”, herhaalt de rechter: “hoe maak je planten dan schoon?” Mevrouw A. Slaat dicht. “Ik weet het niet”, antwoordt ze kort.

De ontkenningen acht de rechter ongeloofwaardig: “Een boel wordt georganiseerd om de boel te knippen. Niet om drie dames de vloer te laten schoonmaken.” Ook droegen alle zeven verdachten handschoenen. “Dat zegt dat iedereen dezelfde rol heeft gehad”. Naar aanleiding van deze uitspraken besluit de rechter ertoe om de drie dames een taakstraf van 80 uur op te leggen.

Nog meer ontkennen

Ook een van de mannen ontkent. Dat is verdachte G. De rest van de drie mannen, verdachten R, C en H ontkennen niet. “Wat deed je daar?”, vraagt de rechter verdachte G direct. “Ik was in de loods aangekomen, ik wist niet 100% waarom ik daar was en wat ik moest doen. Ik heb tegen de muur gezeten, omdat ik toezicht moest houden op de knippende dames. Ik heb alleen toezicht gehouden en geslapen, ik heb niet aan die planten gezeten. Ik was niet nuchter: ik had crack gerookt. Later ben ik in een van de busjes in slaap gevallen.” Meneer G. speelt met zijn vingers, mondkapje en zijn baard terwijl hij praat. Meneer G. kan niet langer dan vijf seconden in dezelfde positie zitten. “Ik had ook al twee nachten niet geslapen. Vandaar.” Zijn maat, verdachte H, verklaart daarentegen wel dat verdachte G heeft geknipt. Ook de ontkenning van meneer G acht de rechter ongeloofwaardig. Daarom hebben ook meneer  G en meneer H een taakstraf gekregen van 80 uur.

Het licht van de middagzon valt de Bredase rechtbank binnen terwijl de rechter en de officier van justitie hun spullen pakken. De zeven verdachten konden niet bij de uitspraak zijn. Verdachte G. zal het nieuws horen terwijl hij zijn zoontje ophaalt van school, de drie vrouwen terwijl ze op de bank zitten met misschien wel een kop thee. Terwijl de griffier haar spullen inpakt staart de rechter nog voor zich uit. “Lag het aan mij of duurde deze zitting echt heel lang?”