‘We hebben in Hongarije een serieus mediaprobleem’

Door: Sam van Ierssel

Veel Hongaarse journalisten zitten ‘’onder de duim’’ bij Viktor Orbán: de premier, heeft bijna alle pers in handen en houdt alles wat er wordt gepubliceerd nauwlettend in de gaten. Journalisten worden allerlei beperkingen opgelegd, waardoor we niet echt kunnen spreken van vrije pers. Pór Attila is een van de gelukkigen die schrijft voor het bekende vrouwen- magazine Nők Lapja: in tegenstelling tot veel Hongaarse journalisten, kan hij schrijven over welk onderwerp hij maar wil. Hoe denkt hij als vrije journalist over de niet-vrije Hongaarse pers?

Attila komt voor zijn laptop zitten, het Skype-interview kan beginnen. Hij excuseert zichzelf alvast voor zijn volgens hem slechte Engels, wat uiteindelijk erg meevalt. De uit Hongarije afkomstige journalist werkt al zeven jaar bij Nők Lapja. Hij vindt zichzelf een geluksvogel, omdat het tijdschrift waar hij voor werkt een van de weinigen onafhankelijke in Hongarije is. Volgens Attila mag hij schrijven over wat hij wil. Er is wel één onderwerp waar het publiek, gek genoeg, liever geen stukken over leest.

Nők Lapja is een bekend Hongaars vrouwenmagazine. Volgens Attila schrijft het tijdschrift het meest over sensationele gebeurtenissen, de showbizz en andere spannende onderwerpen. Het tijdschrift wordt voornamelijk voor amusement gelezen.

Zou je het magazine waar je voor werkt kunnen omschrijven?
‘’Het magazine bestaat al 75 jaar. Bij bijna elk huishouden valt ons tijdschrift wekelijks op de deurmat, we zijn dus door heel Hongarije erg bekend. Elke week schrijf ik over een ander onderwerp. Deze week schrijf ik een stukken over het circus en de Aboriginals, een tijdje geleden schreef ik over wedstrijdpaarden en de gevangenis, en ga zo maar door. Ik mag zelf kiezen waarover ik schrijf. De baas van Nők Lapja  is een miljonair. Hij heeft het blad gekocht, hierdoor is het uit de handen van de overheid en zijn wij een van de weinige tijdschriften met ‘persvrijheid’.’’

Zijn er ook onderwerpen waar je niet over mag schrijven?
‘’Ik heb ooit geprobeerd om een stuk over de Hongaarse politiek te schrijven, maar dit werd door het publiek slecht ontvangen. Hierdoor mag ik geen stukken meer schrijven over de politiek. Dit heeft niks te maken met Orbáns beleid; men wil er absoluut niks over lezen. De spannende, interessante onderwerpen die wij behandelen bieden onze lezers ontspanning. Artikelen over de politiek bieden hun alles behalve ontspanning; het maakt de lezers boos, ze zijn het absoluut niet eens met de manier waarop het land wordt bestuurd. Doordat de regering de bijna alle bladen in handen heeft, beslissen zij wat we wel of niet lezen. Ze houden ons voor de gek, dat maakt de inwoners boos.’’

Wat is dan het verschil tussen de vrijheid van Nők Lapja en de vrijheid van bladen in overheidshanden?
‘’In Hongarije heb je twee verschillende soorten bladen; de linkse oppositiebladen en de rechtse overheidsbladen. Deze twee bladen hebben constant ruzie. De overheid verband de linker oppositiebladen, omdat deze niet stromen met zijn ideeën. De krant Népszabadság is hier een voorbeeld van; deze linkse krant was een van de grootste van Hongarije, tot de publicatie van de krant plotseling stopte. Uiteindelijk bleek dat Viktor Orbán achter de sluiting van de krant zat, omdat er een aantal negatieve publicaties over hem in het blad waren verschenen. Orbán wil alleen positieve berichtgeving zien, hij duldt geen tegenspraak. Het tijdschrift waar ik voor werk mag over gelukkig wel over alle onderwerpen stukken publiceren, maar onze lezers willen door hun ‘haat’ aan de overheid niks over de politiek lezen. Omdat wij onze lezers tevreden willen houden, publiceren wij niks meer over de politiek. Bij de grote kranten in overheidshanden ligt dat anders: zij mogen geen negatieve berichten plaatsen omdat Orbán het verbiedt. De linkse oppositiebladen willen graag onafhankelijke bladen worden, daarom vragen zij hun lezers om donaties. De komst van Facebook en YouTube bieden deze bladen nieuwe perspectieven: verbannen tv-programma’s of bladen vinden hun weg op het Internet, waardoor hun linkse aanhangers toch van de bladen blijven horen. De overheid kan dit nu nog niet stoppen, omdat zij de YouTube- en Facebookaccounts niet in handen kunnen krijgen. Jammer genoeg krijgen veel rechtse Orbán-aanhangers door filterbubbels op Internet niks mee van de linkse accounts. Hierdoor blijven ze in hun rechtse bubbel hangen en krijgen ze niks mee van de tegenstanders van Orbán, wat ideaal is voor hem. Hopelijk verandert dit nog ooit.’’

Ben je momenteel tevreden met de Hongaarse media?
‘’Ik ben wel tevreden over het tijdschrift waar ik voor werk, omdat ik in vrijheid mag schrijven. Ik zie wel dat er veel is veranderd in de Hongaarse media, maar ik kan nog altijd lezen wat ik wil.’’

Denk je echt dat je toegang tot alle media hebt, ondanks Orbáns mediagedrag?
‘’Voor mij is de situatie anders dan voor andere Hongaren. Omdat ik journalist ben, kan ik aan alle informatie komen die ik nodig heb. Ik kan alles lezen wat ik wil. Ik weet niet hoe dat eraan toe gaat bij bijvoorbeeld inwoners van kleine dorpen. Voor hun is het denk ik lastiger om aan de informatie te komen die ik wel beschik. Als journalist-zijnde heb ik een privilege.’’

Wat zou je willen veranderen aan de media in jouw land?
‘’De linkse kranten zoals Népszabadság moeten weer over alles kunnen schrijven wat ze maar willen. Népszabadság betekent ‘vrijheid van het volk’, maar dat zie ik nu te weinig in de politiek en de media. Ik denk dat de regering de oppositiebladen uiteindelijk allemaal zal vernietigen. Ik ben bang dat de overheid ook de Facebook- en YouTubeaccounts van de oppositie gaat verbannen, dan hebben de linkse aanhangers niks meer. De overheid wil alles wat we horen, lezen en luisteren controleren en in handen hebben. We hebben in Hongarije een serieus mediaprobleem.’’