HONGARIJE VIERT FEEST

Door: Sam van Ierssel

 Nederlanders die elk jaar met Koningsdag de verjaardag van koning Willem-Alexander vieren, Amerikanen die tijdens Martin Luther Kingdag de boodschap van de desbetreffende activist vieren en herdenken, Chinezen die het nieuwe jaar inluiden tijdens het Lentefestival; allemaal nationale feestdagen die voor veel mensen bekend in de oren klinken. Over belangrijke nationale feestdagen gesproken, welke kent Hongarije eigenlijk?  

De Hongaren kennen drie feestdagen waarop een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van Hongarije wordt herdacht of gevierd. De eerste feestdag vindt jaarlijks op 15 maart plaats: de Herdenking van de Revolutie van 1848.

De nationale herdenking van deze revolutie vindt in Boedapest plaats. De herdenking begint altijd met het hijsen van de Hongaarse vlag op het Kossuthplein. Daarna lopen de aanwezigen naar het Hongaars Nationaal Museum, waar een toespraak wordt gehouden door de premier. Het Hongaars Nationaal Museum speelde een belangrijke rol in de Revolutie van 1848, daarom vindt de toespraak daar plaats. Een traditionele stoet van huzaren, lichtbewapende, traditionele militairen op een paard met een zwaard, sluit af door naar het Buda-Kasteel te paraderen.

Hongarije was ten tijde van de revolutie in 1848 lid van het Habsburgse Rijk, geleid door de Oostenrijker Klemens von Mettrich. Von Mettrich streefde naar een absoluut rijk. Vooral Hongarije keerde zich van hem af; zij wilden meer erkenning voor hun eigen cultuur en eisten een democratie. Uiteindelijk liep de emmer voor de Hongaren over en mondde de ontevredenheid op 15 maart uit in een grote opstand.
De situatie in Hongarije was luguber. In april 1848 kon er door een nieuwe regering een wet aangenomen worden die zich richtte op de wensen van de Hongaren. Oostenrijk probeerde Hongarije na een tijdje terug te winnen, wat uitliep op een gewelddadige onafhankelijkheidsoorlog. De Hongaarse troepen slaagden erin om al het verloren gebied terug te winnen en zichzelf onafhankelijk te verklaren.

De revolutie wordt door het hele land op verschillende manieren herdacht. In het ene dorp worden er alleen verhalen verteld in het buurthuis, in het andere dorp worden er gedichten voorgedragen, liederen gezongen, fakkeltochten georganiseerd en kransen neergelegd bij monumenten die in het teken staan van de Revolutie. Elke Hongaar viert het op zijn of haar eigen manier. Er is echter wel één ding wat iedereen hetzelfde doet; elke Hongaar draagt op 15 maart een kokárda. Dit is een soort broche in de kleuren van de Hongaarse vlag die men tijdens de revolutie in 1848 ook droeg.

Een andere belangrijke feestdag is de Nationale Feestdag, deze vindt plaats op 20 augustus. Op deze dag eert de bevolking Stefanus I en wordt de stichting van de Staat Hongarije gevierd. In het hele land vinden dorpsfeesten, grote festivals en missen plaats, waarbij vooral vuurwerk en muziek een erg belangrijke rol spelen

Boedapest wordt tijdens de Nationale Feestdag druk bezocht, omdat er veel activiteiten plaatsvinden. Zo wordt er een tocht gehouden met een relikwie van Stefanus I, een stuk van zijn rechterhand, en speelt zich bij de Donau een grote water- en luchtparade af. Inwoners van Boedapest raden toeristen erg aan om de Nationale Feestdag bij hier te wonen, omdat het volgens hen een geweldige dag is.

Stefanus I was de grondlegger en eerste koning van het christelijke Hongarije in het jaar 997. Hij is de nationale held van Hongarije en wordt al sinds 1083 als heilige vereerd. Stefanus I is altijd goed geweest voor zijn volk; hij hielp de armen en zette zijn politieke en militaire vaardigheden in om het christendom te verspreiden. Hij was bij al zijn onderdanen erg geliefd, daarom eren ze hem nog altijd.

Op 23 oktober vindt de Herdenking van de Opstand van 1956, dit is de laatste nationale feestdag van het jaar. Tijdens de Herdenking van de Opstand van 1959 worden alle gevallen slachtoffers herdacht. De premier houdt tijdens deze herdenking een toespraak. Ook inspecteert hij de erewacht.

Hongaren beschouwen de Herdenking van de Opstand als een dag van nationale rouw, omdat ze de opstand van de Sovjet Unie verloren. Er worden bloemen en kransen bij monumenten neergelegd. Op scholen wordt de opstand een dag van te voren herdacht; de kinderen zijn op 23 oktober vrij. Er wordt over de gebeurtenissen gepraat en leerlingen spelen de voorvallen na.

In de jaren voor de opstand van 1956 regeerde de Sovjet Unie met ijzeren hand over het oosten van Europa. Zij veroverden Oost-Europese landen zoals Hongarije met het communisme; het communisme in hun land was dus niet vrijwillig. Dit was een enorme klap voor het democratische West-Europa.
De communistische leider van de Sovjet-Unie, Stalin, kwam te overlijden. Chroesjtsjov volgde hem op. Hij praatte tijdens een toespraak erg negatief over Stalins misdadige verleden. Hongaren kregen hierdoor hoop op een minder streng, gewelddadig, communistisch regime. Dit kregen zij helaas niet, verandering werd geëist en demonstraties werden gehouden. Deze demonstraties liepen compleet uit de hand.
Een bloederige tijd volgde; de Sovjet-Unie viel Hongarije binnen en richtte veel schade aan. Het normaal altijd steunende Westen hielp Hongarije niet, ondanks hun vraag om hulp; de angst voor een derde Wereldoorlog was te groot. Duizenden Hongaren overleden. Na een aantal maanden werd het verzet afgebroken, de Hongaren verloren van het strenge communisme. In 1989 werd het communisme uiteindelijk verdreven en werd een onafhankelijke Republiek Hongarije uitgeroepen.

Hongarije kent verschillende voor hen belangrijke feestdagen die elk jaar gevierd of herdacht worden. Het vieren van de ene feestdag wordt groter aangepakt dan die van de ander, maar als toerist zijnde is het volgens de inwoners zeker de moeite waard om bij een van deze bijzondere plechtigheden aanwezig te zijn.