De Gesmoorde Stem van de Hongaarse Oppositie

 

door Meike Jentjens en Anne Giesen

In Boedapest spraken Meike Jentjens en Anne Giesen met verschillende personen die direct beïnvloed zijn door het beleid van de huidige president van Hongarije: Viktor Orbán. Veel mensen wilden niet voor de camera verschijnen, maar hadden wel een verhaal te vertellen. Eén van hen is Antal: een voormalige oppositie-activist die onderdeel was van een krakerscollectief in Boedapest. Om privacyredenen is deze persoon in dit artikel geanonimiseerd. Lees hier zijn verhaal en zijn strijd met de huidige Hongaarse regering.

“Mensen werden zomaar van de straat geplukt. […] Dit is niks nieuws, dit is de situatie in Oost-Europa.”

Parlementsgebouw Boedapest
Anne Giesen © 2019

Hungary is really screwed. Like really, really screwed.” Dit zijn de woorden van Brits-Hongaarse documentairemaker Jonny Hunter. Deze woorden spreekt hij met een reden: met het maken van zijn documentaire over de Hongaarse oppositie tegen het Fideszbeleid, werd hem steeds duidelijker dat het volk meer lijdt onder de grillen van de overheid dan in de internationale media weergegeven wordt. Oppositie-activisme wordt in de kiem gesmoord: een voormalig activist legt uit waarom.

Hongarije herkoos afgelopen april 2018 de Fidesz-frontman Viktor Orbán als president. Zijn beleidsvoering in de internationale media is meer dan omstreden. Hongarije lijkt zich vanaf 1989 in een golfbeweging te bevinden. Na de radicale grondwetswijziging dat jaar, leek het land naar een succesvolle democratie te bewegen. Toen Orbán in 2010 weer aan de macht kwam, deed hij dat met een serie omstreden overheidshervormingen. Met deze beweging lijkt het politieke systeem zich weer meer naar een autoritair bewind te bewegen.

Antal geeft aan dat Fidesz niet altijd zo radicaal is geweest. “Voorheen was Fidesz een centrumpartij. In de loop der tijd zijn ze meer conservatief geworden.” Antal geeft aan dat dit komt omdat ze power hungry zijn. “De partij was voorheen sociaal met vernieuwende ideeën. Ze konden dit niet volhouden en moesten concessies doen om herkozen te worden. Zodoende namen ze radicaal-rechts gedachtegoed over van de partij Jobbik die momenteel 23 van de 199 zetels in het parlement bezetten.”

Hoewel de verkiezingsopkomst bij de laatste verkiezing aanzienlijk hoger was dan in 2014 (met ongeveer 9%), is er een groot deel in Hongarije dat volgens Antal niet gehoord wordt. Zij hebben het ook opgegeven om naar de stembus te gaan; de overheid doet toch niks voor hen. Antal zegt dat dit vooral betrekking heeft op de lagere sociale klasse.

“De overheid gaat zelfs zo ver dat ze de arme mensen straffen. In januari heeft de overheid de daklozen bijvoorbeeld van de straat geplukt. Zij belandden allemaal in de gevangenis.” Dit beleid is het resultaat van een andere grondwetswijziging van Orbán. Het geeft de politie de macht om mensen op te pakken die binnen een periode van negentig dagen vier keer een waarschuwing hebben ontvangen, omdat zij op openbare plekken bivakkeren. Deze daklozen kunnen daarvoor een gevangenisstraf van zes maanden krijgen. “Ook ik ben gevangen genomen”, gaat Antal verder. “Maar gelukkig had ik de juiste papieren om vrijgelaten te worden.”

De specifieke reden was dat Antal is opgepakt, is na veelvuldig doorvragen nog steeds niet duidelijk. Hij ontwijkt het beantwoorden van de vragen kundig en verandert snel van onderwerp. Hij geeft zelf aan dat het komt omdat hij er ‘verdacht uitziet’ in de ogen van de politie en haalt hierbij een thema aan dat vaker naar boven komt in de verhalen van oppositieleden van de overheid: xenofobie en racisme.

Gedenkplaats Hongaarse Opstand
Anne Giesen © 2019

Antal is van Roemeense afkomst, maar is al jaren inwoner van Hongarije en bezit zodoende ook een Hongaars paspoort. Zijn donkere gelaatstrekken maken dat hij door de autoriteiten kan worden gezien als Roma; een nomadisch volk dat veelal in Oost-Europa leeft en sinds het verdwijnen van het communisme de zondebok is geworden voor criminele problematiek in Hongarije. “Dit is wat er gebeurde in de jaren 50”, zegt hij doelend op de periode rondom de Hongaarse opstand in 1956 waarbij het volk zich afzette tegen het Russisch-communistische regime. “Mensen werden zomaar van de straat geplukt, en niemand die er iets om gaf. Dit is niks nieuws, dit is de situatie in Oost-Europa. Alle mensen weten dit nog en linken hun herinneringen aan wat er nu gebeurt.”

Langzaam komt naar voren dat Antal eigenlijk één van de vele Hongaren is die het slachtoffer zijn van het beleid van Orbán. Hoewel hij jaren heel politiek actief is geweest, geeft hij aan dat dit nu niets meer voor hem is. Dit is iets dat vaker naar voren komt bij de geïnterviewden: zij schuwen weg van politiek activisme uit angst, maar ook omdat zij realiseren dat hun protest niet gehoord wordt. “Nadat ik mijn studie had afgerond en bij bedrijven ging werken, realiseerde me ook andere dingen in de wereld”, vertelt Antal over zijn geschiedenis in het linkse activisme. “Ik ging ook altijd de straat op om te protesteren. Na een tijd dacht ik: ‘Kom op! Niemand kan het systeem veranderen!’ Dit is gewoon niet effectief om te doen.” Met deze uitspraak lijkt de Roemeense Hongaar het langzaam afzwakken van de anti-Orbán beweging in de laatste paar maanden samen te vatten: het lijkt niets uit te halen, men geeft het op.